Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§119. Tucht recht.

boos opzet vereischt wordt, kan men zeggen, dat dit bij den geneesheer niet aanwezig is; maar wij weten, dat dit begrip zeer vaag is en onzeker. De eenig juiste grond tot rechtvaardiging vormt m. i. het rechtens erkend beroep. De Staat immers geeft aan bepaalde als deskundig erkende menschen het recht, het beroep van geneesheer of heelmeester volgens de regelen der wetenschap uit te oefenen; een deskundige, die dit doet, kan zich daarom nooit aan een delict schuldig maken; het zou wel zeer vreemd zijn, de heelkunde als wetenschap en beroep te erkennen, hare toepassing echter straibaar te stellen!

Ook vivisectie op dieren vormt niet het delict dierenmishandeling, indien zij geschiedt door deskundigen met een wetenschappelijk doel. Vivisectie en andere proeven op dieren, waardoor deze aan pijnen, ziekten en dood worden prijsgegeven, zijn nu eenmaal noodzakelijk, om de medische wetenschap vooruit te brengen en dienen als zoodanig rechtens te woiden erkend.

Eene andere vraag is het, of de penghoeloe bij Mohammedanen, de rabbijn bij Israëlieten, andere waardigheidsbekleders van het geloof ot de adat bij zgn. heidenen, zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken door de besnijdenis te verrichten. M. i. is ook deze handeling te rechtvaardigen, waar de besnijdenis als een vast, door het geloof of de adat geboden gebruik algemeen is erkend; hoewel wettelijke erkenning en regeling van dit gebruik, ook om hygiënische redenen, niet overbodig zouden zijn.

D Ten slotte wordt ook het toepassen van tuchtmaatiegelen door opvoeders (ouders, voogden, tot zekere hoogte ook onderwijzers) op aan hunne zorg toevertrouwde minderjarigen algemeen als rechtmatig beschouwd, ofschoon dit zgn. tuchtiecht niet in zijn geheel wettelijk is geregeld (verg. blz. 46 en v.).

Niemand zal een vader, die zijn ondeugenden zoon over de knie legt, of een onderwijzer, die een schooljongen laat schoolblijven schuldig achten resp. aan mishandeling of vrijheidsberooving. Het spreekt echter van zeil, dat dergelijke tuchtmaatregelen niet het doel — eene verstandige opvoeding— mogen voorbijstreven en steeds met gematigdheid en verstand dienen te worden toegepast. _____

Sluiten