Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ ■ *-yj. »uuruere ^gs- en uitvocr' "gshandel ingen.

( I

(

5 ( t l

6

t

d n

d

g

d h u h a ai A m ui

" ' ë«ui«tgmg moet een begin van uitvoering van het delict zijn, zagen wij in § 121. Dit blijkt noch uit a. ó S'wb. I., noch uit a. 42 Ontw. zeer duidelijk; grammaticaal moet men uit laatst genoemd artikel zelfs lezen, dat begin van uitvoering van het voornemen reeds voldoende zou zijn voor strafbare poging. Elke handeling, waaruit het misdadig voornemen blijkt, zou dan strafbare poging vormen, bv. wanneer men eene ie\olver koopt of een kris leent, om een moord te begaan. Dit is evenwel niet de bedoeling, noch van het Swb. I., noch van het Ontw. Men drukt dit uit door te zeggen, dat niet handelingen, dienende louter om het delict voor te bereiden voorbereidingshandelingen) strafbare poging vormen, doch alleen handelingen, waardoor men met de volvoering van het delict wei kelijk een begin maakt (uitvoeringshandelhigen). T)e, vraag is '(•liter: wanneer kan eene handeling geacht worden uitvóeringsïandeling te zijn ?

Twee hoofdopvattingen staan hier tegenover elkaar. Volgens le eene zou eene uitvoeringshandeling geene andere kunnen 'i.jn dan die, waai door een der elementen van het voorgenomen lelict werd verwezenlijkt; volgens de andere heeft men reeds dan ■ene uitvoeringshandeling, indiende bedoeling, om het misdadig ■oorvemen te verwezenlijken, met zekerheid daaruit kan blijken. De erste opvatting is in Indië de meest gangbare, ofschoon zij tot tal ran ongegronde onderscheidingen aanleiding geeft. Breekt men iv. in een bewoond huis een kist open om te stelen, zoo vormt eze handeling, als element van diefstal in een bewoond huis iet binnenbraak, volgens deze opvatting eene uitvoeringshaneling; doet men hetzelfde met een kist, achter een postwagen ebonden, zoo zou men met eene voorbereidingshandeling te oen hebben, daar braak alsdan geen verzwarend element van et delict vormt. Zoo ook zou ondergraving om te stelen itvoeringshandeling zijn; maar voorbereidingshandeling, indien et de bedoeling was om iemand in het huis te dooden. Een tider \ oorbeeld: A wil B dooden, komt met een kris op hem

en stoot toe; vóórdat het wapen B verwondt, houdt deze 's arm tegen, waardoor zijn toeleg mislukt. Of wel: A mikt et een geladen revolver op B; deze slaat hem het wapen t de hand, vóórdat hij heelt kunnen schieten, In geen van

Sluiten