Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kan verder zijn, dat dezelfde daad als poging tot zeker delict te qualificeeren is, maar tegelijkertijd een voltooid delict vormt; in dat geval spreekt men van gequalificeerde poging. Zoo bv. vormt het maken van een gat in den muur van een bewoond huis om er te stelen, zoowel poging tot diefstal als het voltooide deliet: opzettelijke beschadiging van andermans goed.

Ten slotte kan eene pogingshandeling, zelfs eene voorbereidingshandeling, door den wetgever tot een op zich zelf staand delict worden gevormd. Zoo bv. de aanslag (artt. 40 en v., 52

e" *•' artt\ 114> 123 jo. 76 Ontw.); de samenspanning

(artt. 52 en v., 56 Swb. ƒ.; artt. 100 en 108 jo. 77 Ontw.); andere voorbeelden leveren op: artt. 54, 80/83, 92a en 93a

(Stbl. '05 no. 557), 217, 343 en v., 347 Swb. I.; artt. 215, 223 235, 346 Ontw. >)

Daar deze pogingshandelingen zelfstandige delicten vormen, hebben zij met de leer der poging niets te maken. Immers, poging als zoodanig vormt geen delict en moest als bijzonder begrip worden bepaald en geregeld; de hier bedoelde pogingshandelingen echter volgen de regelen van het voltooid delict.

Zoo bv. zal vrijwillige voorkoming van het beoogd gevolg na de pogingsdaad den dader bij deze delicten niet kunnen baten, terwijl zij aan de poging als zoodanig toch de straibaarheid zou ontnemen. De toeleg op iemands leven door het toedienen Aan levensgevaarlijke zelfstandigheden bv. vormt volgens a. 2/7 Swb. I. het zelfstandig delict „vergiftiging', welk delict in het Ontw. niet meer voorkomt; wat thans het zelfstandig delict „vergiftiging' vormt, is volgens het Ontw. als poging tot doodslag {moord) te qualificeeren. Wanneer nu iemand een ander met het doel om te dooden vergif toedient, maar hem daarna nog tijdig tegengif doet innemen, zoo zal hem dit laatste volgens onze geldende strafwet niet baten, want het delict „vergiftiging" is en blijft voltooid; volgens het Ontw. echter zou hij zich niet aan strafbare poging hebben schuldig gemaakt. 2)

Poging tot de hierbedoelde delicten is m. i. niet ondenkbaar, zooals velen aannemen. Zoo kan men spreken van poging tot

') Verg. a. 347 Swb. I. met a. 345 Ontw.

No. 123>°k hieromtrent is men het wederom niet eens; zie bv. Simons,

Sluiten