Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 130. Uitlok king. — Versch met middel lijlce dader schap.

we te doen hebben met een medeplichtige. De meaepiicntige neemt aan eenige onderneming deel, maar die onderneming beschouwt hij als van anderen, niet van zich zelf; hij staat er eigenlijk buiten. Hij helpt slechts om het delict te volvoeren; hij maakt zijne handelingen ondergeschikt aan die van den dader of de daders.

Terwijl de handelingen van alle mededaders direct op de volvoering van het opzet gericht zijn en dus even zwaar wegen, zijn de handelingen van den medeplichtige meer gericht op de hulp. die hij den dader verleent. Bij mededaderschap staan alle daders gelijk, elk van hen is mededader; bij medeplichtigheid onderscheiden we een hoofddader en een medeplichtige. De handeling van den medeplichtige is te beschouwen als accessoir, d. w. z, als toegevoegd aan de handelingen der daders, vormt daarvan als het ware een aanhangsel; de handelingen van mededaders echter staan op gelijke lijn. ') De strafrechtswetenschap neemt daarom aan, dat de verantwoordelijkheid van den medeplichtige niet gelijk is aan die van den dader; dit is ook in het Ontw. aangenomen, maar niet in de hier nog geldende strafwetboeken; thans wordt de medeplichtige in Indië nog met gelijke straf bedreigd als de dader. - De derde soort van deelneming wordt gevormd door de 11 uitlokking (aansporing, opzetting, opruiing). Hiertoe brengt men alle gevallen, waarbij een toerekeningsvatbaar persoon, zonder zelf direct aan het delict deel te nemen, andere toerekeningsvatbare personen tot het bewust plegen van een delict aanzet. 2)

De uitlokker wordt intéllectueele dader genoemd; den uitvoerder van het delict noemt men dan als tegenstelling den materieelen dader. Het Sticb. 1. beschouwt echter den uitlokker niet als dader, maar als medeplichtige, zooals wij zullen zien.

De uitlokker onderscheidt zich hierin van den middellijken dader, dat hij niet een ander als (onverantwoordelijk) werktuig

') Wij waarschuwen den lezer, dat de hier gegeven uiteenzetting niet de opvatting van alle juristen weergeeft. Dezelfde opmerking zou bij tal van andere onderwerpen herhaald kunnen worden; wij achten zulks echter niet noodig voor het doel, hetwelk door dit werkje beoogd wordt.

2) Niet elke uitlokking echter is strafbaar, maar slechts die, waarbij bepaaldelijk door de wet aangegeven middelen te baat zijn genomen.

Sluiten