Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten kennen strafuitsluitings- en rechtvaardigingsgronden, verzwarende, verschoonende en verzachtende omstandigheden, welke alle hunnen invloed blijven doen gelden. Zoo kan men bv. in het algemeen wel bepalen, dat de medeplichtige in mindere mate als de hoofddader verantwoordelijk wordt gesteld voor het in het leven roepen van een misdadig gevolg, maar die andere omstandigheden, boven bedoeld, zullen toch ook, en wel tegelijk met deze bepaling, hun kracht blijven behouden, zoodat ten slotte de hoofddader minder zwaar gestraft kan worden dan de medeplichtige. Ja zelfs kan het zijn, dat de medeplichtige gestraft wordt, de hoofddader echter geheel ongestraft blijft, zooals bv. in geval van medeplichtigheid aan z. g. n. familiediefstal (verg. blz. 138).

Dat dergelijke omstandigheden, als hier bedoeld, hunne werking behouden onafhankelijk van de soort van deelneming, vindt zijn reden hierin, dat zij geheel buiten het delict staan, waaraan wordt deelgenomen en in geen enkel opzicht den aard van dat delict helpen bepalen. Deze omstandigheden zijn dus van zuiver persoonlijken aard en strekken hun invloed niet verder uit dan tot den persoon, wien zij betreffen.

Omstandigheden die het delict op zich zelf helpen bepalen en dus niet van uitsluitend persoonlijken aard zijn, zullen daarentegen t. a. v. geen der deelnemers aan het delict eenigen bijzonderen invloed kunnen uitoefenen. Stel bv. A geeft B inlichtingen, om in C 's woning te stelen; buiten weten en tegen de bedoeling van A pleegt B nu die diefstal bij nacht, met geweld en met braak; zoo zal A zich toch hebben schuldiggemaakt aan medeplichtigheid tot diefstal onder deze verzwarende omstandigheden, tenzij bijzondere bepalingen de verantwoordelijkheid van den medeplichtige of uitlokker in dit opzicht beperken, zooals in het Ontic. is geschied (zie §§ 138 en v.) ')

Uit de vorige §§ is reeds voldoende gebleken, dat eene algemeene regeling niet gemakkelijk is en men het zelfs omtrent

') Dat omstandigheden van zuiver feitelijken of processueelen aard, die noch met de persoon, noch met het delict zelf iets hebben uit te staan, geen invloed kunnen uitoefenen op de strafbaarheid van dader, medeplichtige of uitlokker, behoeft nauwlijks opgemerkt. Zoo kan bv. de medeplichtige worden gestraft, ook al blijft de dader vrij, omdat hij niet gevonden, of zijn schuld niet bewezen kon worden, evengoed als het omgekeerde kan voorkomen.

Sluiten