Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodig; zulk een oogmerk heeft met begunstiging des daders dan ook niets te maken (a. 30 Swb. L).

De heler wordt met dezelfde straf bedreigd als de dader van het daaraan voorafgaande deliet. Voldoende is het hiervoor dat de heler in het algemeen de misdadige afkomst der \ zaak weet; hij behoeft niet precies op de hoogte te zijn van het bepaalde delict, waardoor het voorwerp verkregen werd. Deze wetenschap moet hij hebben gehad tijdens de ontvangst van het voorwerp; verkrijgt men haar eerst daarna, zoo is er van heling geen sprake.

Het delict, waardoor liet geheelde voorwerp verkregen werd, zal meestal diefstal zijn; diefstal nu wordt bedreigd met zoo wat alle soorten van straf', van af krakal tot en met doodstraf, al naar gelang van de omstandigheden, waaronder hij gepleegd wordt. Stel dus, dat de diefstal, waarvan een geheeld voorwerp afkomstig is, gepleegd was onder één der in a. 302 genoemde verzwarende omstandigheden, zoo is de heler, al wist hij niets van die omstandigheden af, toch strafbaar met de in dat art. gestelde straf, nl. dwangarbeid i/k van 5 tot 10 jaar.

Op deze wijze nu zou de heler kans loopen om zelfs tot doodstraf of dwangarbeid in den ketting tot 20 jaar veroordeeld te worden, zonder van de aanwezigheid der omstandigheden af te weten, die den gepleegden diefstal tot zulk een zwaar delict maakten. Dit nu vond zelfs de Code Pénal te kras; vandaar dat in zoo'n geval dan alleen die straffen op den heler toepasselijk zijn gesteld, als betcezen is, dat hij, tijdens de in ontvangstname der voorwerpen, van die verzwarende omstandigheden óók kennis droeg; anders is dwangarbeid i/k van 5 tot 15 jaar op hem toepasselijk (a. 31 Sicb. /.).

§ 138 Dader- Het Ontic. behandelt de daderschap én de medeplichtigheid schap en uitlokking in den Yen titel van het eerste boek . (artt. 44 tjrn 51), onder volgens Ont- het opschrift: „Deelneming aan strafbare feiten". De begunstiging ■werp. js terecht naai- het bijzonder deel overgebracht.

Daders zijn volgens het Ontw:

a. zij, die het feit plegen (phvsieke daders), doen plegen (middellijke daders) of medeplegen (mededaders);

Sluiten