Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'y ziJ> die het feit opzettelijk uitlokken door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding (a. 44 Ontic).

Men ziet, dat de uitlokking als daderschap wordt beschou wd, maar toch niet in alle opzichten. Immers, de tweede alinea van art. 44 bepaalt, dat t. a. v. uitlokking alleen die handelingen in aanmerking komen, die opzettelijk zijn uitgelokt, benevens hare gevolgen.

De uitlokker is derhalve niet verantwoordelijk voor eventueele door hem niet uitgelokte handelingen van den materieelen dader. Wanneer bv. A voor eene som gelds B overhaalt, om bij C te stelen, en B pleegt dien diefstal, tegen de bedoeling van A, met braak, zoo zal A strafbaar zijn wegens uitlokking tot eenvoudigen diefstal, B wegens diefstal met braak. Men kan derhalve uitlokken tot een ander delict, dan door den materieelen dader werd gepleegd; volgens het Swb. I. zou de uitlokker als medeplichtig aan diefstal met braak met dezelfde straf worden bedreigd als de materieele dader. Wél is de uitlokker volgens het Ontw. aansprakelijk voor de gevolgen der uitgelokte daad. Hiermede worden natuurlijk niet alle, zelfs niet alle voorzienbare gevolgen bedoeld, want dan zou de verantwoordelijkheid des uitlokkers zich verder uitstrekken dan die des physieken daders; hier kunnen slechts de strafbaar gestelde gevolgen der uitgelokte handeling bedoeld worden. Stel dat A voor eene geldsom B overhaalde, om C te mishandelen en B volvoert die opdracht, maar C gaat aan de gevolgen dier mishandeling dood, zoo zou A niet voor de mishandeling alleen, maar voor de mishandeling met doodelijk gevolg (a. 305, 4e lid, Ontw.) verantwoordelijk zijn.

Uit het bovenstaande zien wij, dat de uitlokker in art. 44 Ontw. wel tot de daders wordt gerekend, maar feitelijk toch niet als zelfstandig dader wordt beschouwd, daar zijne handeling van die des materieelen daders min of meer afhankelijk wordt gesteld. Geeft de uitgelokte persoon geen gevolg aan de uitlokking, zoo is de uitlokker dan ook niet strafbaar (poging tot uitlokking); wilde de uitgelokte het feit plegen, maar bleef het bij poging, zoo zal de uitlokker ook voor die poging mede verantwoordelijk worden gesteld.

Sluiten