Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t. a. v. zuiver militaire delicten gemaakt, en wel in a. 9 van liet Crimineel wetboek voor het krijgsvolk te lande en in a. 8 van liet Crini. Wetb. v. h. krijgsvolk te water (beide ook in Indië van kracht '). Deze artt. bepalen nl., dat de militaire wetboeken in liet algemeen niet van toepassing zijn op „bijzondere personen"; deze kunnen derhalve op geenerlei wijze straibaar zijn wegens deelneming aan militaire delicten, tenzij zulk eene deelneming' door het gemeene strafrecht tot zelfstandig delict is gemaakt, zooals bv. bij artt. 44 en v. 882 en v. Swb. I. en artt. 110, 208, 204, 471 Ontw. is geschied.

§141. Verant- Ten slotte houdt art. 48 Ontw. eene bijzondere bepaling in,

woordelijkheid van Welke onze strafwetboeken niet kennen, wèl echter enkele

bestuut<kis an(jere a^g_ verordeningen. Wanneer nl. wegens overtredina en commissa- *

rissen. eenige strat is bepaald tegen bestuurders, leden van eenig bestuur

of commissarissen, wordt — krachtens a. 48 Ontw. — geeiie straf

uitgesproken tegen den bestuurder of commissaris van vien

blijkt dat de overtreding buiten zijn toedoen is gepleegd.

Wij weten, dat een rechtspersoon niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld; alleen menschen kunnen subject van een delict zijn (§ 60). Mogelijk is het dus, dat de bestuurders van zulk eene vereeniging als zoodanig strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld voor eenig feit, hetwelk met den bijzonderen aard of werkkring van zoo'n vereeniging in nauw verband staat. Volgens de gewone regelen van strafrecht nu zouden bij het begaan van zulk een delict door het bestuur van een of-ander rechtspersoon slechts die bestuursleden gestraft kunnen worden, wier schuld bewezen kon worden. Dit bewijs zou echter in de meeste gevallen niet te leveren zijn; immers, waar eenig feit door het „bestuur ' collectief wordt gepleegd, zou elk lid ervan gemakkelijk kunnen beweren, dat hij persoonlijk geen schuld eraan had. Om deze moeilijkheid te vermijden nu, is a. 48 Ontw. in de wereld geroepen, krachtens hetwelk in de hier bedoelde gevallen bij alle bestuursleden schuld wordt verondersteld, behoudens tegenbewijs. Deze bepaling komt derhalve neer op omkeering van den bewijslast; in

') Verg', blzz. 29 en v.

Sluiten