Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats van: „geen straf ronder bewijs van schuld", geldt hierbij: „straf, tenzij bewijs van onschuld". ')

Gevallen, als in art. 48 Ontw. bedoeld, vindt men in het Ontw. zelf niet, evenmin in het Stwb. I.; wel vindt men in het Ontw. gevallen, waarbij een bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap ah zoodanig wegens eenig feit met straf wordt bedreigd (artt. 353 en v., 35H Ontw.), maar deze strafbedreiging is speciaal tegen dien bestuurder of commissaris gericht, die zich persoonlijk aan het feit heeft schuldig gemaakt, niet tegen bestuurders of commissarissen in het algemeen; geen straf kan hierbij dus worden opgelegd zonderbewijs van schuld. Trouwens, de gevallen, in a. 48 Ontw. bedoeld, kunnen slechts orertredingen, geen misdrijven, betreffen.

Zooals gezegd, treffen wij in eenige algemeene verordeningen reeds thans bepalingen aan, soortgelijk aan die van art. 48 Ontw. Men zie bv. art. 99 van het „Reglement op den aanleg enz. van tramwegen" (Sbl. 1905 no. 516') 2); art. 599 der Mijnordonnantie (Sbl. 1906 no. 434). 3)

■') Verg-. § 81.

2) „De bestuurders van een tramweg-dienst worden, tenzij zyj bewyzen het hunne te hebben gedaan om die voorwaarden en bepalingen na te leven, gestraft met een boete van 50 tot 2000 gïd. zoo zij de voorwaarden enz. niet naleven of daarmede in strijd bandelen of doen handelen enz".

*) „Wanneer de vergunninghouder of concessionaris dan wel de vertegenwoordiger van een hunner is eene naamlooze vennootschap, dan wordt de strafvervolging' ter zake van overtreding van voorschriften dezer ordonnantie, welke door hen moeten worden nagekomen, ingesteld, en worden de tegen zoodanige overtredingen bedreigde straffen uitgesproken tegen de bestuurders dier naamlooze vennootschap.

Is het bestuur dier naamlooze vennootschap opgedragen aan eene andere naamlooze vennootschap, dan is het bepaalde bij het eerste lid van dit artikel van toepassing op de bestuurders der besturende naamlooze vennootschap.

Geene straf wordt uitgesproken tegen den bestuurder van wien blijkt, dat de overtreding buiten zijn toedoen is gepleegd".

Sluiten