Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pelijke onderneming bèschouwen. Evenwel worden in eenige speciale gevallen de aanvoerders, bestuurders of zij, die in eenig ander opzicht als orgaan van zulk eene bende optreden, voor het gezamenlijk gepleegd delict zwaarder verantwoordelijk gesteld dan de gewone leden.

Het Swb. I. onderscheidt gewone, van z. g. n. politieke benden. De gewone benden beoogen gemene delicten tegen personen of eigendommen van personen (moordenaars- en dievenbenden; ketjoe's); de politieke benden hebben het gemunt tegen den Staat ot de regeering, of tegen eigendommen van den Staat.

§143. Gewon»«n Reeds het samenstellen van eene gewone bende vormt volgens

Pol|tieke benden, het Swb. 1. op zich zelf een misdrijf tegen de openbare rust; en zoodra er eenige inrichting van benden met aanvoerders of bestuurders aanwezig is, is het misdrijf voltooid. Verschillende straffen worden alsdan bedreigd tegen de hoofdaanleggers, bevelhebbers, enz., niet echter tegen de gewone leden, tenzij zij met eenigen dienst in die bende belast zijn. Wel daarentegen wordt het willens en wetens verschaffen van wapens en werktuigen, of verleenen van huisvesting, schuil- of vergaderplaatsen aan dergelijke benden strafbaar gesteld [artt. 1.97/200 Swb. I.J

Laatstbedoelde feiten vormen noch medeplichtigheid aan, noch begunstiging van het vormen van benden; evenmin van andere delicten, daar deze nog niet gepleegd zijn. Was het laatste wel het geval, zoo zouden artt. 28 en 29 van toepassing zijn.— Ten aanzien van het delict, in art. 363 Sicb. /. omschreven, nl. de plundering of vernieling van roerende goederen met openbaar geweld gepleegd door eene vereeniging. of bende, gelden eenige bijzondere bepalingen betreffende de verantwoordelijkheid der deelnemers. Wanneer nl. die plundering of vernieling bepaalde eet- of drinkwaren betreft, zoo zijn de hoofden der bende of vereenigingen, en zelfs zij, die daartoe aansporen of opzetten, met het maximum dei' bedreigde straf strafbaar (a. 36ö)\ den anderen deelnemers echter is de gelegenheid opengesteld, zich op de verschoonende omstandigheid te beroepen, dat zij tot deelneming waren opgezet of aangezocht (a 364).

Ook het organiseeren van politieke benden vormt op zich zelf een delict; verder het zich aan het hoofd ervan plaatsen,

Sluiten