Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 145. Rege-

'n8 van het OntUierp

! '46. Noodzakee Welneming.

i (

ï

i 1

1 fc

van oproerige vereenigingen (dus ook benden) in geval van icederspannigheid of plundering aansprakelijk worden gesteld voor daarbij door andere deelnemers gepleegde doodslag of mishandeling; evenzoo degenen, die tot een en ander hebben opgezet. De verantwoordelijkheid der als belhamels beschouwde deelnemers strekt zich hierbij dus uit tot feiten welke niet meer dan indirect aan hunne schuld geweten kunnen worden.

Het Ontic. kent de onderscheiding tusschen benden en gewone vereenigingen van boosdoeners niet meer. Wordt eenig delict in vereeniging gepleegd, zoo gelden als regel de algemeene bepalingen omtrent de verantwoordelijkheid van deelnemers. Bijzondere bepalingen vinden wijjiog slechts in a. 142 en v. Ontic. Art. 142 nl. stelt Tiet deelnemen aan vereenigingen, die tot oogmerk hebben het plegen van misdrijven, en zelfs aan andere ongeoorloofde vereenigingen. strafbaar; de straf kan t, a. v. oprichters en bestuurders met een derde worden verhoogd. Het volgend art, bedreigt met arbeidstraf tot ten hoogste 4 </2 jaar alle deelnemers aan het „openlijk, met vereenigde krachten geweldplegen tegen personen of goederen"; heeft dit evenwel lichaamlijk, ot zwaar lichaamlijk letsel, dan wel den dood van iemand ten gevolge, of zijn daarbij opzettelijk goederen vernield, zoo strekt de verantwoordelijkheid daarvoor zich niet verder uit dan tot de werkelijk schuldigen.

Er bestaan verscheidene delicten, die niet anders gepleegd kunnen worden dan dooi1 samenwerking van twee of meer personen, waaronder natuurlijk in de eerste plaats de bovengenoemde delicten beliooren, bedoeld in artt. 54, 60, 199 en v. 563 Swb. I., 142 en v. Ontw. Dergelijke delicten vormen gevallen van z.g. n. noodzakelijke deelneming.

Hiertoe behooren verder alle gevallen van samenspanning ?n samenrotting, zooals bedoeld in artt. 52 en r., 80 v.v., 342 m v. 70 en r. Swb. /./ a. 9 Sbl. 1904 no. 259 jo. Sbl. 1905 io. %6; ') art. 100 en 109 Ontic. Andere voorbeelden hiervan

') Het eerstgenoemd Staatsbladnummer lioudt strafbepalingen in tegen jerspieding en daarmede samenhangende misdrijven, vastgesteld bij Kon. iesl. van 17 Maart 1904 no. 25 (afgedrukt in Mr. Engëlbrecht's wetboecenverzameling, uitg. 1907, blzz. 1388 v.v.). Bij Sbl. 1905 no. 2fi zijn deze tral'bepalingen, gewijzigd wat de stral'sóorten betreft, op Inlanders en Vreemde Oosterlingen toepasselijk verklaard.

1

Sluiten