Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i <

§ 160. De verzachtende omstan- ] digheden, in art■ ■ 37 Sivb. I. met name genoemd.

Het Ontwerp volgt een eenvoudiger systeem, waardoor den •echter tevens meer vrijheid wordt gelaten; wij zullen dit na mtvouwing van het geldende stelsel in het kort nagaan.

I. Verzachtende omstandigheden.

Hieronder verstaat de geldende strafwet zoodanige omstandigheden, als volgens eigen inzicht des rechters de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van den delinquent kunnen verlichten, 3n daarom kunnen strekken tot oplegging eener straf, welke belangrijk beneden het minimum reikt.

Waarin deze omstandigheden bestaan, wordt in art. 37 Sicb. I. ') slechts door eenige voorbeelden aangegeven. Deze zijn:

le De jonge jaren van den delinquent.

Hieronder moet in elk geval een leeftijd boven de 16 jaren worden verstaan, daar anders artt. 35 en v. van toepassing zijn. Ileeft iemand den 16-jarigen ouderdom bereikt, zoo is hij volgens de wet in normale gevallen tot het oordeel des onderscheids gekomen. Het spreekt evenwel van zelf, dat iemand van 17, 18 jaar of ouder zelfs (een bepaalde grens is niet te trekken), toch nog niet zoo'n rijpe ervaring bezit, dat hem alles even zwaar kan worden toegerekend als aan iemand van 30 of 40jarigen leeftijd, die heel wat meer van de wereld gezien, en heel wat meer ondervonden heeft. Zeer terecht zijn de „jonge jaren" dan ook tot voorbeeld voor verzachtende omstandigheden gekozen (verg. blz. 141).

2e. Dwang, bevel 2), billijke vrees, verleiding.

Uit §§ 107 en v. v. is het volgende duidelijk: vooreerst dat onder dwang in dit geval zeer zeker niet anders dan drang mag worden verstaan; verder dat „bevel", „billijke vrees" en „verleiding" hierbij geheel overbodig zijn, aangezien zij de oorzaken van dien drang vormen; ten slotte, dat hier niet zulk een drang bedoeld kan zijn, als aanleiding zou kunnen geven tot een beroep op overmacht (verg. vooral blz. 159). Wat in het bijzonder „bevel" aangaat, zij men er wel op bedacht, dit niet te vereenzelvigen met het „ambtelijk bevel,"

') Zooals dit gewijzigd is bij Sbl. 1876 No. 174 en 1886 No. 45. 2) Art. 37 spreekt van „dwangbevel", dit moet als eene vergissing worden beschouwd. Zie noot op dit art. in mr. Engelbrecht's wetboekenverzameling.

Sluiten