Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Speciale gebruiken, voorstellingen en begrippen, bijgeloof der Inlanders.

De zeden en gewoonten van een volk worden in den loop der eeuwen gevormd door het verkeer tusschen de menschen; zij wijzigen zich naarmate van de eischen der samenleving, ontwikkelen zich door en zoowat tegelijk met de ontwikkeling van het maatschappelijk leven. Zeden en gewoonten hebben dus hun ontstaan te danken aan de menschen, die eene bepaalde maatschappij vormen, echter zonder dat de menschen zich daarvan bewust zijn. — Maar omgekeerd oefenen de zeden en gewoonten wederom invloed uit op de vorming van de menschen, die in eene bepaalde maatschappij zijn geboren en opgevoed: zooals de menschelijke gedragingen in het algemeen de zeden en gewoonten vormen, zoo worden die gedragingen op haar beurt grootendeels door die zeden en gewoonten bepaald; er heeft voortdurende icisselwerking plaats. De mensch is, vooral in geestelijk opzicht, dan ook eerst dan goed te begrijpen, indien wij hem beschouwen in verband met de geheele omgeving waarin hij leeft, als lid der maatschappij, waarvan hij deel uitmaakt. Zijne begrippen van mooi of leelijk, van waar of onwaar, van goed of kwaad, enz. zijn grootendeels afhankelijk van die omgeving, van den algemeenen beschavingstoestand der maatschappij, waarin hij verkeert, (verg. in dit verband nog §§ 77, 78 en 100).

Dat de millioenen Inlanders en Vreemde Oosterlingen, die den Indischen archipel bewonen, tal van verschillende maatschappijen vormen, die elk eene meer of minder van elkaar verschillende adat volgen, is bekend genoeg; zelfs, indien wij ons tot Java beperken, springt dit reeds in het oog. Die adat zal niet altijd in overeenstemming zijn met de eischen van het algemeen maatschappelijk verkeer; met name zal er veel in gevonden worden, wat in strijd is met de voorschriften van het strafrecht, dat algemeen geldt voor alle Inlanders en Vreemde Oosterlingen zonder onderscheid. Dit strafrecht kan niet altijd en in alle opzichten met de adat rekening houden bij de bepaling zijner normen '); in vele gevallen mag dit zelfs niet gebeuren. Want men moet er wel aan indachtig zijn, dat

') Hiermede is niet gezegd, dat door het Swb. I. of het Ontw. niet meer rekening met de adat gehouden had kunnen zijn, dan geschied is.

Sluiten