Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo hebben wij in art. 364 Swb. I. reeds een geval ontmoet, dat men hieronder kan rekenen (zie blz. 205).

Verder vinden wij nog een geval in art. 260 Sicb. I.: de straf, gesteld op onwettige gevangenhouding, wordt n. 1. verminderd, indien de dader vóór de vervolging en binnen 10 dagen na de gevangenneming den gevangene in vrijheid heeft gesteld.

De gevallen, waarin het Swb. I. uitdrukkelijk gewag maakt van verschoonbare misdrijven, vindt men in artt. 239 v. v; zij zijn de volgende;

le. Doodslag en mishandeling, waartoe aanleiding is gegeven door onmiddellijk voorafgegane, zivare slagen of gewelddadigheden tegen personen; m. a. w. uitgelokt door zware mishandeling (provocatie; zie art. 239).

Men moet dit geval wél onderscheiden van noodweer, waarbij doodslag of mishandeling geboden wordt door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anderen lijf; bij provocatie is de ernstige mishandeling, die tot doodslag of mishandeling uitlokt (provoceert), reeds geschied; van verdediging daartegen is dan geen sprake.

De reden, waarom het geprovoceerde misdrijf als verschoonbaar wordt aangemerkt, is te zoeken in den heftigen gemoedstoestand, waarin de dader door de provocatie gebracht wordt en die hem niet geheel toerekeningsvatbaar doet zijn.

Dezelfde reden moet ook voor de volgende gevallen van verschoonbaarheid worden aangenomen.

Die heftige gemoedstoestand kan ook in het algemeen als verzachtende omstandigheid bij andere delicten gelden, terwijl deze volgens het Ontw. de overschrijding der grenzen van wettige zelfverdediging kan excuseeren, zooals wij weten. 2e. Doodslag en mishandeling, gepleegd bij het afweren van inklimming of braak in een bewoond huis enz. bij dag (a. 240).

Zooals wij vroeger zagen zijn deze zelfde misdrijven, onder dezelfde omstandigheden gepleegd, maar dan bij nacht, straffeloos (a. 247). Daar nergens een definitie van dag of nacht in de wet staat opgenomen (zooals wel is geschied in a. 87 Ontw.) zijn twijfelachtige gevallen mogelijk. De jurisprudentie vat meestal nacht op in de beteekenis van art. 87 Ontw. (zie verder blz. 164).

Sluiten