Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 165. Algemeene opmerkingen betr. het stelsel van verzacht; en verschoonende omstandigheden; geschiedenis daarvan.

Deze uitsluiting der verschoonbaarheid heeft niet veel te beteekenen omdat zij volstrekt niet beduidt, dat de rechter in bedoelde twee gevallen geene „verzachtende" omstandigheden in aanmerking zou mogen nemen. Bij vadermoord is de rechter dus volstrekt niet verplicht, de doodstraf uit te spreken, indien hij verzachtende omstandigheden aanwezig acht.

Uit al het bovenstaande, maar vooral uit het onmiddellijk hieraan voorafgaande, blijkt ten duidelijkste het gekunstelde van het geheele stelsel. Daar den rechter volkomen vrijheid is gegeven, om alle omstandigheden die billijkerwijze reden tot strafverlichting kunnen geven, als „verzachtende" omstandigheden in aanmerking te nemen, bestaat er voor de „verschoonende" omstandigheden daarnaast geen genoegzame grond. In beginsel toch bestaat tussehen beide soorten van omstandigheden geen verschil; wat als „verschoonend" geldt, kan dooiden rechter evengoed als „verzachtend" worden aangenomen bij andere delicten; en niets belet den rechter, om „verzachtende" omstandigheden zelfs tegelijk met „verschoonende" te doen gelden.

Om het geldende stelsel te kunnen begrijpen, moet men nagaan, hoe dit historisch zich ontwikkeld heeft. De CodePénal stond den rechter nl. slechts in één geval toe, verzachtende omstandigheden tot verlichting der straf in aanmerking te brengen, en wel in geval op eenig minder ernstig delict geen andere straf dan hechtenis of lichte gevangenisstraf (emprisonnement) stond, met of zonder geldboete, en de toegebrachte schade de waarde van 25 francs niet te boven ging. In dit geval alléén mocht de rechter, bij aanwezigheid van verzachtende omstandigheden, de gevangenisstraf tot beneden het minimum van 6 dagen, de geldboete tot beneden de 16 francs terugbrengen. Ten aanzien der zwaardere delicten (ongeveer samenvallende met onze „misdrijven"), waarvoor nog 8 zwaardere strafsoorten bestonden, was toepassing van verzachtende omstandigheden geheel uitgesloten; ten aanzien daarvan was de rechter derhalve aan het minimum gebonden, behalve alléén in de gevallen van verschoonbaarheid,, welke met bovenstaande geheel overeenkwamen. Zoo mocht de rechter dan ook vadermoord onder geen enkele omstandigheid anders straffen dan met den dood; verzachtende

Sluiten