Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is degeen, met wien deelgenomen wordt aan het delict, éen Europeaan, zoo wordt t, a. v. de strafoplegging de deelname geacht geschied te zijn met een Inlander (a. 141).

De verplichting, om in het sub c bedoelde geval het maximum op te leggen, strijdt tegen het geheele stelsel der wet. Immers wij zagen, dat het aanwezig zijn van verzwarende omstandigheden volstrekt niet het gelijktijdig aanwezig zijn van verzachtende of verschoonende omstandigheden uitsluit. Waar den rechter dus tot verplichting gesteld wordt, om het maximum in eenig geval als straf op te leggen, komt dit neer op het verbod, om eenige verlichtende omstandigheid in aanmerking te nemen. ')

In art. 386 Sicb. I. treffen wij nog eene bepaling aan, waarbij de ambtelijke hoedanigheid als verzwarende omstandigheid geldt t. a. v. eene geheele reeks delicten, n.1. die gericht tegen de eigendommen; de verzwaring bestaat slechts hierin, dat de duur der straf minstens één maand, moet zijn, indien geen zwaardere straf op het delict is gesteld dan dwangarbeid b/k. Deze verzwarende omstandigheid is echter niet tot de deelneming aan die delicten beperkt, maar geldt voor elk plegen en elke deelname.

§169. Ambtelijke Ook het Ontic. beschouwt de ambtelijke hoedanigheid als ver-

hoedanigheid aisZWarende omstandigheid; zij vormt de eenige verzwarende

verzwarende om- omstandigheid fff??, algemeenen aard; de desbetreffende bepaling standigheid »ol- . ,, . . . _ , ,T . .. , .

.. , vindt men in a. 41 Ontio. Volgens dit art. kan de straf met

gans OntlC. °

een derde worden verhoogd, indien een ambtenaar door het

begaan van een delict (dus niet enkel door de deelneming daaraan) een bijzonderen ambtsplicht schendt (hier valt dus o. a. ook het geval van a. 141 Swb. I. onder), óf daarbij gebruik maakt van macht, gelegenheid of middel, hem door zijn ambt geschonken, m. a. w. van zijn ambt misbruik maakt voor het begaan van eenig delict.

Art. 439 Ontio. stelt voor den ambtenaar, die zich in een van bovengenoemde gevallen bevindt, de lichte misdrijven (zie noot op blz. 230) buiten toepassing. Wanneer derhalve een

') Verg', uoot op blz. 239. De Code Péual voorziet in het artikel betr. de verzachtende omstandigheden uitdrukkelijk in dit geval, (zie a. 463 C. P.) zooals het na 1832 luidt).

Sluiten