Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politiebeambte eene kleinigheid van bv. f 0.50 waarde steelt .{waardoor hij dus een bijzonderen ambtsplicht schendt), zoo zal voor hem het maximum der arbeidstraf niet 3 maanden -j- V3 daarvan = 4 maanden bedragen (a. 317 jo. a. 41 Oiitw.), maar 4 jaar-)- ]/3 daarvan = 5 jaar en 4 maanden (a. 315 jis. artt. 41 en 439 Ontw.); 111. a. w. het maximum der straf voor zoo'11 ambtenaar is in zulk een geval niet '/3 méér dan die, welke een ambteloos burger kan ondergaan, maar ruim 20, zegge twintig keeren meer; dus in plaats van één maand, een en zestig maanden méér! Wanneer die politiebeambte echter strooperij pleegt, al ware het voor een veel hoogere waarde dan f 0.50, zoo zou hij niét meer kunnen krijgen dan 1 '/3 maand (a. 321 jo. a. 41 Ontw.). Er zullen wel weinigen zijn, die zulk eene regeling in bescherming wenschen te nemen.

§ 170. Aigemei- Ad. II, Recidive. Hieronder verstaat men het geval, dat iemand, * opmerkingen na tevoren wegens eenig delict reeds onherroepelijk tot eene straf he,r- recidlve- te zijn veroordeeld geweest, wederom een delict pleegt; zoo'n delinquent heet recidivist. ') Men denkt hierbij gewoonlijk alleen aan eenigszins ernstige delicten, doch levert recidive zelfs bij lichte overtredingen dikwijls grond tot strafverzwaring op.

De strafbedreiging dient, zooals wij zagen, om van het plegen van een delict af te schrikken. Heeft men eenig delict gepleegd en daardoor getoond, dat de strafbedreiging niet hielp, zoo moet de straf ook worden opgelegd, want eene niet tenuitvoer gelegde bedreiging helpt niets. Die strafopleging zal bovendien meer nog dan de strafbedreiging, den delinquent van het plegen van andere delicten moeten afhouden. Een recidivist echter toont, dat niet alleen de strafbedreiging, maar ook de strafoplegging geen vat op hem heeft. Vandaar, dat men gemeend heeft, de straf voor een recidivist te moeten verzwaren; immers de gewone straf schijnt niet te helpen, misschien dan wél eene verzwaarde straf'.

Men houde steeds voor oogen, dat van recidive alleen sprake kan zijn, indien tusschen het eerste en het tweede feit eene veroordeeling ligt; het tweede feit moet dus gepleegd zijn,

') Recidive beteekent letterlijk terugval, nl. in de misdaad; men spreekt g-ewoonlijk echter van „herhaling"• zoo ook het Swb. I. zoowel als het Ontw.

Sluiten