Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 171. Recidi volgens de geide de strafwet.

nadat de dader wegens een voorafgaand feit reeds veroordeeld is geweest. Anders toch hebben wij met samenloop te doen, waarmede wij in het volgend hoofdstuk zullen kennis maken.

Die vroegere veroordeeling moet vaststaan, d.w.z. uitgesproken zijn bij vonnis, dat in hoogste instantie gewezen, of in kracht van gewijsde gegaan is. Gratie belet de werking der recidive niet, want zij heft het veroordeelend vonnis niet op. Evenmin staat, volgens onze geldende strafwet, de verjaring der straf in het algemeen hieraan in den weg, want ook deze laat de veroordeeling bestaan (verg. het laatste hoofdstuk), terwijl de recidive, op enkele uitzonderingen na, thans nog aan geen termijn gebonden is. Het Ontw. volgt in dit opzicht een ander stelsel; het beperkt nl. de verzwarende werking der recidive binnen bepaalde termijnen, het kent in. a. w. eene verjaring der recidive, welke nooit langeren tijd in beslag neemt dan voor de verjaring van de straf vereischt wordt; eene verjaarde straf komt volgens het Ontw. derhalve nooit voor recidive in aanmerking.

De recidive onderscheidt men in speciale, en algemeene recidive. Bij speciale recidive zijn het dezelfde, of althans soortgelijke delicten, welker herhaling grond tot strafverzwaring oplevert; bij algemeene recidive is zulks onverschillig: veroordeeling tot eenig delict, welke ook maar, levert daarbij grond op tot strafverzwaring voor elk daarna gepleegd delict.

it Onze geldende strafwet volgt het stelsel der algemeene recidive, maar beperkt hare werking tot eenigszins ernstige gevallen, terwijl zij zoowel in als buiten de strafwetboeken ook gevallen van speciale recidive kent.

De algemeene recidive vinden wij in art. 26 Swb. I. geregeld. Volgens dat art. vormt de veroordeeling wegens misdrijf tot dwangarbeid in of buiten den ketting voor langer dan één jaar of tot de doodstraf eene verzwarende omstandigheid, waarop de rechter bij veroordeeling wegens een daarna gepleegd misdrijf heeft te letten, en welke hem zelfs de bevoegdheid geeft, om de straf van dwangarbeid met een derde boven het maximum te verhoogen. Alleen misdrijven, en dan niet eens alle, komen hierbij dus in aanmerking.

Sluiten