Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook eene vroegere veroordeeling van den militairen rechter kan grond tot strafverzwaring opleveren voor een later misdrijf, mits die veroordeeling wegens een bij het gewone strafrecht strafbaar gesteld delict een z. g. n. commuun delict, zij uitgesproken. Een zuiver militair delict, bv. desertie, behoeft nl. niet de meerdere verdorvenheid van den delinquent aan te toonen, meende men, en mag dus niet voor de verzwarende werking der recidive in aanmerking worden gebracht. Door den militairen rechter worden op die commune delicten echter niet alleen straffen toegepast, die in de algemeene Swbb. te vinden zijn, maar ook zuiver-militaire straffen, door het militaire strafrecht geregeld. Daarom moest worden aangewezen, welke zuiver militaire straffen al dan niet die verzwarende werking in geval van recidive zouden uitoefenen. Een en ander nu vinden wij in art. 26 Swb. I. geregeld, hetwelk op het volgende neerkomt:

Eene door den militairen rechter uitgesproken veroordeeling doet hare verzwarende werking bij een later gepleegd misdrijf gelden, indien daarbij was opgelegd:

le. de straf van dwangarbeid b/k voor langer dan één jaar of zwaardere straf, genoemd in a. 5 Swb. I., wegens een commuun misdrijf;

2e. eene zuiver-militaire straf (onverschillig welke) wegens een commuun delict, waarop in het Swb. I. de doodstraf of de straf van dwangarbeid ijk is gesteld;

3e. de straf van kruiwagen, militair arrest of militaire detentie voor meer dan één jaar wegens een commuun delict, waarop in het Swb. I. dwangarbeid b/k van ten hoogste 5 jaar is gesteld. De militaire straffen van den kruiwagen en van militair arrest zijn evenwel door Sbl. 1890 no. 58, waarbij het geheele militaire strafstelsel gewijzigd werd, vervallen; men heeft daarbij verzuimd, dit art. (en ook art. 180 Swb. I.) daarmede in overeenstemming te brengen.

Uit het bovenstaande is het duidelijk, dat veroordeeling door een vreemden of een niet in naam der Koningin rechtsprekenden rechter geene verzwarende werking kan uitoefenen. Het vreemde strafrechtsysteem kan n.1. zóó van het onze verschillen, dat eene veroordeeling volgens dat vreemde systeem niets bewijst t. a. v. de misdadigheid van den delinquent;

Sluiten