Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 172. Recidh volgens het On\ werp.

bovendien is men er niet altijd zeker van, oi alle waarborgen voor eene onpartijdige en juiste rechtspraak, zooals onze wetten ze eischt, bij die veroordeeling zijn in acht genomen; die vonnissen kunnen op Gouvernementsgebied dan ook niet worden ten uitvoer gelegd. Een en ander geldt niet t. a. v. veroordeelingen, door den Nederland*chen rechter uitgesproken (zie a. 104 RR.); maar ook deze kunnen bij recidive niet in aanmerking worden gebracht, aangezien het Nederlandsche strafstelsel hemelsbreed van het Indische verschilt en eene aan die van art. 26 Swb. I. analoge regeling t. a. v. de in Nederland uitgesproken veroordeelingen ontbreekt.

Wat de speciale recidive betreft, daarvan vinden wij in het Swb. I. slechts één voorbeeld, nl. in art. 337, betr. het koopen enz. van militairen beneden den rang van officier van zaken, behoorende tot hunne uitrusting enz.; bij herhaling van ditzelfde delict kan nl. het maximum der bedreigde straf verdubbeld worden. ') — Elders vinden wij hiervan echter verscheidene voorbeelden, zelfs in gewestelijke en plaatselijke politiekeuren. Wij noemen er slechts twee van; le Art. 4 Pol. 1., waarbij bepaald is, dat bij herhaling van dezelfde overtreding binnen het jaar (nl. na eene veroordeeling) de straf kan worden verhoogd op de wijze als in dat art. aangegeven. Men lette erop, dat hierbij de verzwarende werking aan een termijn is gebonden. 2) 2e Art. 30 Drukpersregl.: bij herhaling van een der speciale drukpersdelicten na vroegere veroordeeling kan volgens dat art. het bedreigde maximum met '/3 worden verhoogd, en den recidivist de uitoefening van zijn bedrijf (als drukker enz.) voor ten hoogste 5 jaar worden verboden (eene bijzondere bijkomende straf, in het Swb. I. niet bekend).

ie Het Ontwerp kent alleen de speciale recidive, welker werking '-beperkt wordt deels tot dezelfde delicten, deels tot bepaalde groepen van min ot meer gelijksocjrtige delicten. Vandaar, dat

') Verg. art. 219 Swb. I. waarbij kindennoord aan de ongehuwde moeder minder zwaar wordt toegerekend dan aan anderen, indien zij zich voor de eerste maal daaraan schuldig heeft gemaakt; anders (dus o. a, in geval van recidive, maar óók in geval van samenloopj staat ook voor haar de doodstraf op dit feit.

*) Dit is o. a. ook het geval bij de recidive, bedoeld in a. 10 Sbl. 1880 no. 109 jo. 1888 no. 154, welk art. in stand is gehouden bij Sbl. 1893 nu. 305, dat overigens het eerstgenoemde Stbl. heeft vervangen.

Sluiten