Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men dit leerstuk in het Ontw. ook niet meer in het algemeene deel geregeld vindt.

Voorzoover de recidive hare verzwarende werking uitoefent ten opzichte van bepaalde groepen van misdrijven onderling, vinden wij haar geregeld in ar ft. 442, 443 en 444 Ontw. Daarvan wordt de eerste groep gevormd door verschillende bedriegerijen en vermogensdelicten (a. 442), de tweede door verschillende gewelddadigheden (a. 443), de derde door beleedigingsdelicten (a. 444); onder de twee eerstgenoemde groepen zijn enkele soortgelijke militaire delicten ingedeeld. Daar in dit stelsel de zwaarte der opgelegde straffen niet in rekening wordt gebracht, was een aan a. 26 Swb. I. analoog artikel niet noodig.

De gevallen, waarin recidive van hetzelfde delict slechts verzwarend werkt, vinden wij natuurlijk bij de desbetreffende delicten. Deze gevallen zijn: vooreerst alle verspreidingsmisdrijven (zie blz. 222); verder de misdrijven van artt. 184, 242, 257, 321, en verschillende overtredingen, als bv. die van a. 445, 448, 486 enz. Het laatstgenoemd art. is nog eigenaardig hierom, dat de verzwaring der straf opklimt naarmate van het aantal herhalingen binnen bepaalden tijd (nl. één jaar).

Ook volgens het Ontw. is voor recidive eene voorafgaande, onherroepelijke veroordeeling vereischt; evenwel wordt de wijze van afdoening der strafzaak buiten proces, bedoeld in art. 71 Ontw. (zie laatste hoofdstuk), t. a. v. recidive uitdrukkelijk met veroordeeling gelijk gesteld (zie laatste lid van genoemd art.).— De strafverzwaring bestaat gewoonlijk in eene verhooging van het maximum, meestal met '/3 (artt. 442/444), soms in verdubbeling of in eene bijkomende straf (zie bv. artt. 321, 445, en de verspreidingsartikelen).

De werking der recidive is volgens het Ontw. steeds aan bepaalde termijnen gebonden, m. a. w. het Ontw. kent in alle gevallen verjaring van recidive. Deze termijn is meestal van 5 jaar (artt. 442/444), maar ook van 2 jaar (a. 184, 242 enz.), en bij overtredingen meest van één jaar. Hij neemt gewoonlijk een aanvang op den dag, waarop de vroegere veroordeeling onherroepelijk is geworden; in de gevallen van artt. 442j444 echter komen daarvoor andere tijdstippen in aanmerking, nl.:

Sluiten