Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 185. Beha deling van same loopende del iet als één if me strafzaken.

en verbeurdverklaringen, waarvoor het zuivere cumulatie-stelsel geldt. Dit vinden wij niet in het Swb., maar in art. 305 1. li. geregeld.

Wanneer de samenloopende delicten alle met dezelfde straf worden bedreigd, zoo zal die straf dus niet meer dan éénmaal voor alle delicten kunnen worden opgelegd (behalve natuurlijk de straffen Van geldboete en verbeurdverklaring) '). i- Bij meerdaadschen samenloop zullen de delicten, waaraan - de dader zich achtereenvolgens heeft schuldig gemaakt, ,n zooveel mogelijk gezamenlijk in één strafgeding worden behandeld. " Art. 240e, Ue lid 1. R. [Sbl. 188.3 no. 81 jo. 1898 no. 66] schrijft . nl. den Landraad voorzitter voor om, wanneer hem ongeveer gelijktijdig verschillende stukken door Resident ot Assistent-Resident worden toegezonden, die betrekking hebben o. a. op feiten, door dezelfde persoon begaan, de terechtstelling van den verdachte bij ééne beschikking (akte van verwijzing) te gelasten, indien het belang van het onderzoek zich niet tegen de behandeling in één strafgeding verzet. In zoo'n geval spreekt men van voeging. 2)

Het kan dus wel gebeuren, dat om eene of andere reden de reëel-samenloopende delicten niet gelijktijdig behandeld kunnen worden; zij zullen dan bij twee (of misschen zelfs meer) verschillende vonnissen berecht moeten worden. In zoo'n geval is het natuurlijk onmogelijk, om het absorptie-stelsel zuiver toe te passen, maar mag de dader door deze omstandigheid toch ook geen nadeel ondervinden. Vandaar dat art. 306 1. li. voorschrijft, dat de rechter in zulk een geval bij het ticeede

') Eigenaardig in dit opzicht kunnen de delicten genoemd worden, in artt. 3681370 Sivb. 1. vervat. Daarbij worden het vellen, schenden enz. van andermans boomen, en het verwoesten van gezette enten bedreigd met dwangarbeid b/k van bepaalden duur voor eiken boom en elke ent, ten aanzien waarvan het delict werd gepleegd, evenwel met een maximum van resp. 5 en 2 jaren. Hierdoor wordt de rechter dus gedwongen, om het vellen van twee of meer boomen enz. als een geval van meerdaadschen samenloop op te vatten, terwijl het wetenschappelijk eene voortgezette handeling zou vormen; en bovendien om, in afwijking van a. 305 I. R., de straffen tot eene bepaalde grens te doen cumuleeren.

2) Vormen de samenloopende delicten tevens samenhangende delicten, in den zin van a. 240e i%e Ud, sub 3e, I. B., zoo is voeging verplicht. Deze voeging vooral niet te verwarren met de voeging van de beleedigde partij in het strafgeding, bedoeld in art. 163 Sv., welke het I. R. niet kent.

Sluiten