Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 18 Ontw. de subsidiaire straf nooit de alternatief gestelde arbeidstraf mag overtreffen, is deze bepaling in het stelsel van hët Ontw. als overbodig te beschouwen. ')

3«. de betrekkelijke zwaarte van gelijksoortige hoofdstraffen, alsmede de betrekkelijke duur van gelijksoortige zoowel als ongelijksoortige hoofdstraffen, worden bepaald door het maximum. Ook deze twee bepalingen zijn geheel overbodig, aangezien onmogelijk een andere maatstaf daarvoor gevonden zou kunnen worden, nu gebroken is met het stelsel der verschillende minima.

Ten slotte moet nog gewezen worden op a. 441 Ontw., hetwelk eene curieuze bepaling behelst omtrent (ouderlingen) reëelen samenloop van de z.g.n. „lichte misdrijven" (verg. noot op blzz. 230 en v.). Zonder dit art. zou bij samenloop van deze misdrijven art. ÖÖ Ontw. toepassing moeten vinden, aangezien op elk gesteld is arbeidstraf voor ten hoogste 3 maanden of geldboete van ten hoogste f 90 (zie noot op blz. 264). Wanneer iemand dus achtereenvolgens pleegde:' een diefstal van f 15, bedrog voor f 20 en goederenbeschadiging van f 10 (zie artt. 317, 336, 363 Ontw.), zoo zou de rechter als maximum volgens a. '55 mogen opleggen: óf drie arbeidstraffen voor een gezamenlijken duur van 4 maanden, óf drie geldboeten van f 90 elk, 2) óf één arbeidstraf en twee geldboeten, dan wel twee arbeidstraffen en ééne geldboete, mits de gezamenlijke duur van arbeidstraf en subsidiaire straf niet vier maanden overschrijdt;. — Wat bepaalt nu art. 441 ?

Vooreerst dat de artikelen, welke die „lichte misdrijven" behelzen, van toepassing blijven, „indien de gezamenlijke waarde van datgene, welks waarde volgens die artikelen in aanmerking komt, niet meer bedraagt dan f 25." Dit zou zonder uitdrukkelijke bepaling even waar zijn;'maar blijkbaar heeft men bedoeld te zeggen, dat die bewuste artt. niet van toepassing blijven, indien de gezamenlijke waarde van het door die

h iet in het stelsel van het nieuibe Swb. E., omdat daar zoowel gevangenisstraf, als hechtenis alternatief met geldboete op eenig delict kan worden gesteld. — Het is nauwelijks noodig, er opmerkzaam op te maken, dat deze bepaling de in de noot op blz. 264 behandelde quaestie niet oplost.

■ 2'j Bij samenloop van nog meer dergelijke misdrijven zou men tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste f 600 mogen gaan, omdat voor dit bedrag als maximum vier maanden subsidiaire straf kan worden gegeven (zie a. 18 Ontw.).

Sluiten