Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

§ 191.

''ik gewi

Verval van het recht tot strafvordering en van dat tot strafvoltrekking.

8190 Aigemeene De Staat verkrijgt het recht om iemand strafrechtelijk te opmerkingen. doen vervolgen en, na onherroepelijke veroordeeling, de straf' te doen voltrekken, zoodra alle door. de strafwet daartoe voorgeschreven vereischten aanwezig zijn (verg. blz. 31). Welke deze vereischten zijn, weten wij; in het kort kan men zeggen: dit recht is door den Staat verkregen, zoodra er een delict is gepleegd of (in vele gevallen) strafbare poging daartoe is aangewend. In enkele gevallen, in § 73 behandeld, is het bovendien afhankelijk gesteld van de klacht der beleedigde partij. — Dit recht tot strafvervolging en tot strafvoltrekking, eenmaal verkregen, blijft evenwel niet in het oneindige voortduren, maar vervalt in bepaaldelijk door de wet genoemde gevallen. Deze gevallen hebben wij nu na te gaan.

De thans nog geldende wetgeving beschouwt dit leerstuk als een van formeelen aard en behandelt het dan ook in hoofdzaak bij de strafvordering, voor den Inlandschen rechter in den X ¥<'» titel van het I. R. (artt. 398 en v. t\); het Ontwerp daarentegen heeft het tot het materieele strafrecht getrokken, waarbij het dan ook beter thuis behoort, en in den Villen titel van liet !<■ Boek geregeld (artt. 65 en v. v.).

(

Sluiten