Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

i i

i

i i

192. Arrnesen abolitie. — 'd van verdachte i «klaagde.

1

zelfstandige feiten te zien, zoodat vrijspraak enz. wegens het eene, vervolging wegens het andere feit niet uitsluit. — Sommigen eischen identiteit van het materieele feit èn van de omschrijving daarvan in de ten laste legging (dus in de acte van verwijzing), zoodat bv. bij vrijspraak wegens voltooid delict, eene vervolging wegens poging toegelaten zou moeten worden; bij ontslag van rechtsvervolging wegens verzuim om bij eenig doleus delict het opzet ten laste te leggen, eene nieuwe vervolging niet uitgesloten zou zijn. — Anderen, en wel de meesten, zijn omtrent de vereischten van identiteit eene opvatting toegedaan, die niet zoo ruim als de eerste, maar ook niet zoo eng als de tweede is; zij vorderen nl. slechts identiteit van het materieele feit op zich zelf, afgezien van de omschrijving in de telastelegging. Wanneer derhalve over eenig zelfstandig feit, dat zich in een concreet geval voordoet, op eene of andere wijze bij gewijsde is beslist, zoo mag op dat bepaalde .feit op geenerlei wijze meer worden teruggekomen.

De mogelijkheid, om krachtens artt. 246 en 273 I. li. de in de acte van verwijzing voorkomende omschrijving van het feit senigszins te wijzigen of aan te vullen, zelfs met gedurende ie behandeling eerst gebleken verzwarende omstandigheden, maakt de gevolgen dezer opvatting minder streng dan zij, zonier die mogelijkheid, zouden zijn. Indien bv. A ten laste is gelegd, dat hij omstreeks vijf uur namiddags een kris had gestolen van B, terwijl het blijkt, dat zulks omstreeks te acht ure namiddags van denzelfden dag had plaats gevonden, zoo zou zonder art. 273 1. li. vrijspraak moeten volgen, terwijl krachtens de laatste opvatting betr. identiteit van het feit eene nieuwe vervolging zou zijn uitgesloten; door het voorschrift van art. 273 I. II. echter behoeft niet alleen geen vrijspraak te volgen, maar valt het feit zelfs onder eene zwaardere strafbepaling (immers, de diefstal is dan bij nacht gebeurd), dan volgens de oorspronkelijke omschrijving het geval zou zijn, terwijl 3ene nieuwe vervolging in het geheel niet in aanmerking komt.

II. Amnestie en abolitie.

In de tweede plaats vervalt het recht tot strafvervolging ioor amnestie en abolitie, volgens art. 399 I. li.

Onder amnestie verstaat men eene verklaring, dat de strafrechtelijke gevolgen, verbonden aan het plegen van eenig

Sluiten