Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< «

i (

•É

1

(

i

5

( \ C C i

I

c

g

( t

§ 194. Afdoening buiten proces. £

C

c r

V tl d

r: 1( d h

ïii § 70, blz. 96) ') Het artikel voegt er aan toe „of in. geval ''au vervolging, van het oogenblik der laatste gerechtelijke icte." In dit geval was de verjaringstermijn reeds beginnen te oopen (immers dadelijk na voltooiing van het delict), maar vas vóór de verstrijking ervan de vervolging begonnen', wanneer leze nu niet wordt voortgezet, zoo begint de termijn van /oren af aan opnieuw te loopen op den datum dor laatste gerechtelijke acte. Men zegt dan, dat de verjaring door de vervolging wordt „gestuit2) — Het tweede lid van a. 405 I. R. )evat eene uitzondering op het eerste door de bepaling, dat le misdrijven van valschheid en valsche munt eerst beginnen te verjaren vanaf het oogenblik, dat van de valsche of vervalschte itukken of munten is gebruik gemaakt.

Speciale bepalingen omtrent verjaring treft men t. a. v. senige delicten aan; deze derogeeren natuurlijk aan bovTen>ehandelde bepalingen van algemeenen aard (a. 409 I. R.); lergelijke speciale bepalingen vindt men in a. 295 Sbw. 1. en i. 32 Drukp. reql. De belanghebbende behoeft zich niet, zooals n het burgerlijk recht, op de verjaring te beroepen; bet mbliekrechtelijk karakter van het strafrecht eischt, dat door len rechter ambtshalve op de verjaring van het recht van trafver volging (en ook van strafvoltrekking) wordt gelet a. 410 I. R.) Art. 411 I. R. houdt ten slotte eene overgangslepaling in, die thans practisch van geene beteekenis meer is. V. Afdoening buiten proces.

In enkele gevallen is de mogelijkheid geopend, om eene lormsovertreding van niet ernstigen aard buiten proces af te loen; wordt van die mogelijkheid gebruik gemaak, zoo vervalt laardoor natuurlijk het recht tot strafvervolging. Onze wetgering kent tweeërlei afdoening buiten proces; wij hebben ze eeds even ontmoet:

') Hierbij valt nog op te merken, dat voortdurende delicten eerst als oltooid kunnen worden beschouwd na ophouden van den voontdurenden lestand, voortgezette delicten na de laatste van de reeks van handelingen, ie gezamenlijk ééne voortgezette handeling vormen.

*) Men spreekt ook van schorsing eener verjaring, lil. wanneer de verjaringstermijn door eene of andere omstandigheid slechts tijdelijk in zijn iop wordt tegengehouden, om na het wegvallen dier omstandigheid verer door te loopen. Zij is in het geldend Strafrecht niet bekend, wel in et Ontw., zooals beneden zal blijken.

Sluiten