Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 195. Eenige andere gei/allen.

]

( ]

(

is dit bepaald bij art. 71 Ontw., laatste lid (verg. blz. 247). — Ook van gratie kan in dergelijk gevtil geen sprake zijn, en wel om dezelfde reden; bij koninklijk besluit, opgenomen in Sbl. 1878 no. 169 echter werd de Gr Gr. gemachtigd, „in bijzondere gevallen van onwillekeurige en verschoonbare overtreding" van eenig wettelijk voorschrift, ,,geheele of gedeeltelijke kwijtschelding te verleenen van de beloopen boete, die niet bij rechterlijk vonnis is opgelegd en het bedrag van f 2000 niet te boven gaat."

VI. Voor de volledigheid dient hier nog gewezen te worden op twee gevallen, waarbij het recht tot strafvervolging vervalt; en wel vooreerst door intrekking der klacht bij klachtdelicten (vergelijk hieromtrent blz. 101). Voor Inlanders is deze aangelegenheid niet geregeld; maar daaruit mag m. i. niet worden afgeleid, dat het den inlander, die eenmaal eene klacht heeft ingediend, niet geoorloofd zou zijn, deze vóór het sluiten van het onderzoek, mits de gemaakte kosten vergoedende, in te trekken, zooals art. 10 Sc. bepaalt t. a. v. eene klacht waarvan de Europeexche rechter moet kennis nemen. De oorzaak van het ontbreken eener dergelijke bepaling in het I. R. is te zoeken in het feit, dat de regeling der klachtdelicten t. a. v. de Europeanen tot het formeel, t. a. v. de Inlanders tot het materieel strafrecht getrokken is; daarbij nu heeft men wel bij de desbetreffende delicten het karakter van klachtdelict telkens daaraan verleend, maar verzuimd, om in het

Boek daaromtrent eenige bepalingen van algemeenen aard in te lasschen. Intusschen is er m. i. niets tegen, om de toepassing van a. 10 Sv. ook tot klachtdelicten, waarvan de Inlandsche rechter kennis neemt, uit te breiden.

Verder kan men nog aannemen, dat ook het recht tot straf vervolging wegens overspel tegen de overspelige vrouw vervalt, ndien de man haar weer vrijwillig tot zich neemt; en zulks laar analogie van a. 254 Swb. I.

B. Verval van het kecht tot strafvoltrekking volgens

üeldend recht.

Wanneer eenmaal een straf bij gewijsde is opgelegd, kan iet recht tot voltrekking dier straf door de volgende omstanligheden vervallen.

Sluiten