Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 198. Verjaring, ei het geval van '• 254 Swb. I.

volgens Sbl. 1901 110. 320) wordt art. 52 R. R. verder uitgewerkt t. a. v. strafvonnissen, door den Inlandschen rechter geveld. Volgens die artt. dan, zal een in kracht van gewijsde gegaan vonnis binnen 14 dagen daarna niet ten uitvoer mogen worden gelegd t. a. v. ©enen daarbij tot een der vier zwaarste straffen veroordeelde; hetzelfde is toepasselijk t. a. v. eene wegens misdrijf' tot andere straf veroordeelde, indien deze zulks verzoekt. Binnen dien termijn van 14 dagen kan de veroordeelde een verzoekschrift om gratie inleveren op de in a. 322 1. R. voorgeschreven wijze; daarop zullen achtereenvolgens van advies moeten dienen: de Voorzitter van den Landraad, de Resident, en het Hooggerechtshof, welk college nog den Procureur-Generaal daarop dient te hooren;') de ten uitvoerlegging blijft resp. wordt geschorst tot de beschikking van den Gr. G.

Wanneer nu' de ter dood veroordeelde dezen termijn onbenut heeft laten voorbijgaan, zoo zal het doodvonnis tóch nog niet, zooals met alle andere vonnissen het geval zou zijn, ten uitvoer gelegd mogen worden; immers, dan zou den G. G. daardoor do gelegenheid ontnomen worden, om ongevraagd gratie te verleenen. Vandaar dat a. 323 I. R. (Sbl. 1901 No. 320) voorschrijft, dat ook in dit geval het vonnis en de verdere stukken, met de adviezen van de vorengenoemde autoriteiten, den G. G. dienen te worden opgezonden, en de tenuitvoerlegging wordt geschorst totdat door den G. G. in deze zal zijn beslist.- Bij Sbl. 1905 No. 43 zijn aan art. 323 I. R. analoge bepalingen gemaakt, teneinde den G. G. in de gelegenheid te stellen ook van doodvonnissen, in Nederland sch-Indië door niet in naam der Koningin rechtsprekende rechters geveld, gratie te verleenen.

114. Verjaring (verg. § 193).

De verjaring van het recht tot strafvoltrekking heeft plaats na verloop van termijnen van tweemaal langeren duur, dan voor de verjaring van het recht tot strafvervolging zijn gesteld. Deze verjaringstermijnen beginnen te loopen vanaf den dag, volgende op dien, waarop het vonnis kracht van gewijsde heeft

') Bovendien kan nog' de voorlichting van den Directeur van Justitie in deze worden gevraagd (Sbl. 1870 ATo. 42j.

Sluiten