Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekomen (a. 408 jo, a. 430 I. li.).— De bepalingen van artt. 409/411 LR. zijn ook op deze verjaring van toepassing.

IV. Het geval van art. 254 Sicb. I.: het recht, om eene veroordeeling wegens overspel ten uitvoer te doen leggen, vervalt, indien de man zijne vrouw weder vrijwillig bij zich neemt. ')

i

i i

§ 199. Verval van het recht ( tot strafvervolging volgens Ontwerp. ' i

l ]

1

i 1

(

(

<

i i

C. Verval van het recht tot strafvervolging, en van

)at tot strafvoltrekking volgens het ontwerp.

De regeling dezer aangelegenheid in het Ontwerp verschilt liet veel van de thans geldende, zij is evenwel vollediger; nen vindt haar in den VIII en titel van het Ie Boek.

I. Verval van het recht, tot strafvervolging heeft in de volgenIe gevallen plaats:

a. Door beslissing bij rechterlijk gewijsde; art. 65 Ontw. bepaalt )1., dat niemand andermaal kan worden vervolgd „wegens een 'eit, waarover te zijnen aanzien onherroepelijk is beslist bij gewijsde van den JS! ederlandsch-Indischen rechter, van den Nederandschen rechter ot' van den rechter in de koloniën van het lijk in andere werelddeelen wiens uitspraken in Nederlandschndië uitvoerbaar zijn." Een gewijsde, afkomstig van een mderen rechter, heeft dezelfde werking, doch slechts in geperkte mate (verg. nog noot2) op blz. 269).

b. Door den dood van den verdachte, zonder uitzondering 'a. 66 Ontw.). Naar alle waarschijnlijkheid zal echter de uitsondering van a. 400 I. R. ten aanzien van fiscale overtrelingen wel behouden blijven; althans, in Nederland is dit het ^eval (zie artt. 410 en. v. v. Ned. Sv.).

c. Door verjaring, en wel:

n 1 jaar voor alle overtredingen, en voor de misdrijven, door

middel van de drukpers gepleegd;

n 6 jaren voor de misdrijven waarop geldboete of arbeidstraf van niet meer dan 3 jaar is gesteld;

•) De XVe titel van liet I. R. behandelt in a. 402 een geval, waardoor eene strafvervolging wordt geschorst, welk geval wij reeds op blzz. 70 en 156 hebben onmoet; en in a. 403 twee gevallen van schorsing van de voltrekking der doodstraf, nl. indien de veroordeelde krankzinnig is geworden, of indien eene ter dood veroordeelde vrouw zwanger is. Een en ander behoort evenwel tot het formeel recht-, vandaar dat de regeling dezer gevallen ook niet door het Ontic. is overgenomen, [zie blz. 50}.

Sluiten