Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LITERATUUR-OPGAVE.

De voornaamste werken over de geldende Indische strafwetboeken zijn:

a. „Het Strafrecht in Nederlandsch-Indië," door mr. W. De Gelder ; 2e uitgave bijgewerkt door mr. M. S. Koster ; Batavia—'s Gravenhage, 1897.

»' ei-klaring der Aederlandsch-Indische Strafwetboeken" door mr. Ch. W. Maegadant (uitverkocht).

Geen dezer beide werken — hoe uitnemend overigens ook — behandelt de algemeene leerstukken op voldoende wijze; hiervoor moet men nog steeds zijn toevlucht nemen tot het verouderde werk van mr. A. J. van Deinse, „De algemeene beginselen van Straf recht," 1860.

■Vooral voor practische doeleinden is met vrucht te raadplegen . „Handleiding ten gebruike bij het voorloopig onderzoek in Strafzaken" (Boekoe penoentoen akan dipakei oleh priaji2 dalam pemeriksaan „voorloopig onderzoek"), door mrs. W. F. Haase en W. Boekhoudt.

De drie voornaamste werken over het Nederlandsche, dus ook het toekomstige Nederlandsch-Indische, Strafrecht zijn :

a. „Inleiding tot de Studie van het Nederlandsche Strafrecht", door mr. G. A. van Hamel, hoogleeraar te Amterdam; 2e geheel herziene druk, 1907. Dit werk behandelt uitsluitend de algemeene leerstukken.

b. ,,Leerboek van het Nederlandsche strafrecht", door mr. D. Simons, hoogleeraar te Utrecht; 1904-1907. Dit werk bestaat uit twee deelen, waarvan het eerste de „algemeene leerstukken", het tweede de „bijzondere strafbare feiten" behandelt.

c. „Het Wetboek van Strafrecht", verklaard door mr. T. J. Noyon, thans procureur-generaal bij den Hoogen Raad deiNederlanden; 2e druk, 1904. Hierin wordt het Nederlandsche strafwetboek artikelsgewijs uitvoerig veïklaard. Het werk omvat drie deelen en een supplement-deeltje; het eerste deel behandelt Boek I. van het strafwetboek.

Degene, die dieper in de strafrechtswetenschap wenscht door te dringen, kan de daartoe noodige literatuur in de werken van mrs. van Hamel en Simons uitvoerig aangegeven vinden.

Sluiten