Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den wil van God. Christus is hem geworden tot heiligmaking, i Cor. i : 30. De bange vrees, die tot vijandschap leidde, is in vertrouwen veranderd, door het zien van Gods groote liefde, en de vijandschap in dankbare wederliefde, door het bewustzijn van ontvangen genade. Door den Zoon vrij gemaakt, is de wedergeborene geen dienstknecht der zonde meer, maar in waarheid vrij, en een kind van God geworden, Joh. 8:36; 1: 12. In gemeenschap met Christus houdt hij het daarvoor, dat hij der zonde dood is, maar Gode levende, Rom. 6:11. En het is niet meer de afmattende onmogelijke vraag: wat zal ik doen, opdat ik Gods welgevallen moge waardig worden ? maar de ootmoedig dankbare belijdenis: wij worden om niet gerechtvaardigd uit zijne genade, Rom. 3:24; niet meer: wat zullen wij doen, opdat God ons weder lief moge krijgen? maar: wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad, 1 Joh. 4 : 19.

Evenwel, daar dit nieuwe leven in den zondigen mensch is uitgestort, zoo volgt daaruit dat de wedergeboren mensch een voortdurenden strijd heeft. Het nieuwe leven is geen geleidelijke ontwikkeling van onschuld tot heiligheid, maar een strijd tusschen den geest en het vleesch, tusschen den ouden en den nieuwen mensch, Gal. 5:17; Ef. 4:22—24. De zonde heeft een doodelijke wonde ontvangen, maar leeft nog. Zij is niet meer het heerschend beginsel, maar eene macht, die nog telkens heerschen wil. En al is zij ook verdrongen, toch ligt zij aan de deur. En ook daarbinnen vindt de zonde buiten den mensch maar al te vaak een bondgenoot, die haar, als hij niet waakt en bidt, de deur opent en toegang verleent. Daarbij zijn van den aanvang tot het einde op den weg naar den hemel de vijanden gelegerd. De strijd is niet (het eerst) tegen vleesch en bloed, maar tegen de geestelijke boosheden, en om staande te

Sluiten