Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit ontzag voor God toont zich in de wijze waarop men over en tot God spreekt: soberheid, éénvoud, gekuischtheid; in de vrijmoedigheid waarmee men voor den Heer uitkomt, i Pet. 3:15; soms ook in een veelbeteekenend zwijgen, Matth. 7 : 6, en over 't geheel in een wandel die het amen zegt op de bede: Uw naam worde geheiligd.

b. Een tweede vorm, waarin de liefde tot God zich openbaart is dankbaarheid. Dit is het besef, waardoor het hart tegelijk met blijdschap en ootmoed wordt vervuld, dat hetgeen wij ontvangen en genieten weldaden zijn ; zegeningen, waarop wij geen recht hebben, maar die integendeel verbeurd zijn. Tot deze dankbaarheid is het Christelijk zedelijk leven geroepen. Het oog zij gescherpt voor al de weldaden die evenmin vergeten mogen worden als zij te tellen zijn, Ps. 103 : 2. De gedurige vraag zij: wat zal ik den Heer vergelden? Ps. 116 : 12. Die dankbaarheid brengt niet nu en dan een offer, maar het leven moet zijn eene voortdurende levende heilige offerande, Rom. 12 : 1.

Toch spreekt zij zich ook uit in het brengen van offers, waarvan de beteekenis evenwel niet door de grootte, maar door de gesteldheid, waarmee zij gebracht worden, wordt bepaald. Rom. 12 : 1.

De Christen heeft God in alles te danken, 1 Thess. 5 : 18. Ook in de moeilijkste oogenblikken mag de herinnering aan genoten weldaden niet verloren gaan, en ook de zwaarste beproevingen zijn zegeningen, daar zij tot ons nut ons worden gezonden. Hebr. 12 : 10. En alleen dan wordt God recht verheerlijkt, als het uit voortdurende dankbaarheid blijkt, dat wij Hem liefhebben niet het eerst om zijne weldaden op zich zelve, maar om Hem zelve als de bron van alles.

c. Gelijk dankbaarheid een plicht is dien de ontvangen weldaden opleggen, zoo vloeit de roeping van vertrouwen voort

Sluiten