Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bereiden, zoo behoort bij den Christen uit zijne opmerkzaamheid de vreugde te blijken, waarmee hij den wil des Heeren doet, gelijk uit het doen op zichzelf zijne gewilligheid blijkt.

Wij vinden van deze opmerkzaamheid een schoon voorbeeld in geheel den i igden Psalm, vooral in de bede: „ontdek mijne oogen, dat ik aanschouwe de wonderen uwer wet," vs. 18. In het N. T. zien wij in Johannes, den discipel dien Jezus liefhad, er de zuiverste uitdrukking van, gelijk dan ook van hem het woord is: „Gij hebt de zalving van den Heilige en gij weet alle dingen." i Joh. 2 : 20.

Ook de liefde tot Christus, als die met den Vader één is, is een eisch der liefde tot God. Deze eenheid in het licht te stellen is de taak der Dogmatiek. De Christelijke Ethiek, die zonder deze waarheid niet anders dan een wetprediker kan zijn, poneert haar slechts en vraagt op grond van deze eenheid liefde tot Christus. Wordt een koning geëerd of gesmaad in de eer of den smaad, die zijn afgezant wordt aangedaan, veel meer vraagt de liefde tot God ook liefde tot Christus, als den eeniggeboren Zoon des Vaders, die met den Vader één is, die de Middelaar is, waardoor God en mensch weer vereenigd zijn, die als kenmerkende eigenschap voor de wereld van Zijne discipelen vraagt, dat zij elkander liefhebben, maar die tevens het recht om discipelen te vormen en de wereld in te zenden ontleent aan het recht, dat Hij in geheel eenigen zin heeft tot het doen van de vraag: hebt gij Mij lief?

Liefde tot God zonder liefde tot Christus, is eene liefde die den rechten grond mist, omdat zij is eene liefde zonder de rechte kennis van God, die daarom ook de rechte heiligende kracht, die tot toewijding en overgave leidt, zou missen. Zij zou zijn een liefde zonder geloof, en deze zou niet minder onvruchtbaar zijn dan een geloof zonder liefde.

Sluiten