Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onrein is, en daarbij aangemoedigd door de wolk van getuigen, die reeds den strijd gestreden hebben, en met het oog op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Hebr. 12:1, 2. /*-> L-

§ 21. Het richtsnoer der plichten.

Het richtsnoer van onze plichten is de wil of de wet van God, gelijk zij door het geweten wordt toegestemd, in vereeniging met het geweten, voorzoover het door Gods wet is verlicht. Dit maakt ons tegelijk vrij en gebonden, en het geeft den regel aan om ten allen tijde den wil van God te kennen.

Omdat het Christelijk zedelijk leven in zijn aard een leven van gehoorzaamheid is, moet het richtsnoer van onzen plicht buiten ons liggen. De norm van onze handelingen kan niet in ons zelve liggen, evenmin als de mensch de maat van alle dingen kan zijn. Alleen God als de Volmaakte, als de Oorsprong van al wat goed is, en als de alleen Souvereine, heeft de norm in zich zeiven, en heeft te bevelen, terwijl wij hebben te gehoorzamen. De vraag: wat is de weg? moet altijd weder worden herleid tot de vraag: Wat is de plicht? En deze wederom tot de vraag: Wat gebiedt de Heer? De wet des Heeren nu is volmaakt, en wel in dezen dubbelen zin, dat zij nooit anders wil, dan wat goed en recht is, en dat zij over elk gebied en alle verhoudingen en betrekkingen des levens gaat, en nooit herzien of aangevuld moet worden.

Wanneer deze wet des Heeren tot den mensch komt, geeft het geweten er getuigenis aan, ja zelfs zonder kennis der wet is er in 't binnenste eene stem, die beschuldigt of ontschuldigt, Rom. 2 : 15.

Zijn er dan twee richtsnoeren: de wet en het geweten? Neen, zij zijn in zoover één, dat het geweten datgene is, wat van de in 't hart geschreven wet des Heeren is over-

Sluiten