Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebleven, en dat bij den Christen weder door Gods wet verlicht is. Zij gaan dus samen, en behooren samen. Men kan niet het geweten alleen het richtsnoer noemen, omdat het steeds de voorlichting en de terechtwijzing van Gods wet noodig heeft. Er tegen in te gaan is altijd zonde, dewijl het niet uit het geloof is, Rom. 14 : 23. Maar het te volgen kan zijn een dwaalweg te gaan, omdat het niet onfeilbaar is, en dit is de wet. De wet leert ons Gods wil. Haar te overtreden is altijd ongehoorzaamheid aan God. Maar haar uitwendig volbrengen kan ook nog ongehoorzaamheid zijn, omdat het mogelijk is, dat wij het niet doen uit het rechte beginsel, en dit beslist het geweten.

Wanneer aldus de wet van God, die door 't geweten wordt toegestemd, in vereeniging met het geweten, voor zoover het door Gods wet verlicht is, ons richtsnoer is, dan zijn wij daardoor alleen gebonden, maar daardoor ook vrij. Wij zijn dan vrij van alle menschelijke instellingen, voor zoover zij tegen Gods wet indruischen; vrij van het geweten van een ander, zoodat wat een ander om des gewetenswil doet, nooit op zich zelf voor ons een reden kan zijn het ook te doen; vrij van het oordeel van een ander in 't bewustzijn, dat het de Heer is, die ons oordeelt, en vrij ook van alle bijgeloof, dat het stellen van allerlei willekeurige teekenen te baat neemt, om daaruit den wil des Heeren te leeren, en dikwijls juist zoo vaak het teeken verandert, tot het een aanwijzing heeft ontvangen, die naar eigen lust is.

Overigens bindt het richtsnoer ons te meer om op de teekenen en leidingen des Heeren nauwkeurig te letten, en dan zal bij eene oprechte begeerte om den wil des Heeren te kennen ook ons wijsheid worden gegeven. Onzekerheid in dezen is dikwijls een verborgen tegenzin. Waar werkelijk oprechte twijfel is of onzekerheid, of ons voornemen naar Gods wil is, daar is onthouding het wijsste.

Sluiten