Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangt ieder het stempel zijner persoonlijkheid, en tegelijk dat van het huisgezin, dat ook weer evenals al Gods werken en al de openbaringen van het Christelijk zedelijk leven, eene oneindige verscheidenheid vertoont, en voor ieder huisgezin weer iets bijzonders heeft.

De groote beteekenis en de zegen van het huisgezin kan niet licht te hoog worden geschat, en blijkt ook hieruit, dat de hemel, de plaats van volmaakt geluk, o. a. ook wordt genoemd het vaderhuis, Joh. 14 : 2.

De voorwaarden voor een gelukkig huisgezin zijn niet rijkdom, zelfs niet gezondheid en voorspoed. Ofschoon uitwendige omstandigheden van invloed zijn, hangt het geluk er niet absoluut van af. Het geluk is gegrond in de liefde en in de vreeze des Heeren, Ps. 133 : 1; Ps. 4:8, zich openbarende in geregelde huis-Godsdienstoefeningen, orde, werkzaamheid, reinheid en onderlinge hulpvaardigheid.

Vooral de geregelde huis-Godsdienstoefeningen zijn van groot gewicht. Men zorge dat zij gewijd, frisch, natuurlijk zijn, van ontzag voor en liefde tot den Heer getuigen, en dat zij zoo geregeld worden, dat, zoo maar immer mogelijk allen er bij zijn en er aan deel nemen.

a. De grondslag van het huisgezin is het huwelijk. Dit is eene Goddelijke instelling en daarom heilig, Gen. 2:18; Mare. 10 : 7, 8. Het wezen van het huwelijk is de nauwste en innigste vereeniging der geslachten. Het is beeld van de verhouding tusschen Christus en de gemeente, Ef. 5 : 25, 32. Het is uit deze oorzaak ook onverbreekbaar, en alleen wanneer feitelijke echtbreuk den innerlijken band verbroken heeft, is scheiding, verbreking van den uiterlijken band, geoorloofd, schoon niet geboden, Matth. 19, 6, 9. Overigens is elke gedachte aan vrije liefde, in welke schoone vormen zij ook gekleed moge worden, eene echte vrucht der revolutie, en gelijk deze, ofschoon vaak uit ernstige misstanden

Sluiten