Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier treden de ouders weer op met gezamentlijke en gelijke roeping als ouderenpaar. Aan beide is van Gods wege de zorg voor en de opvoeding van de kinderen toevertrouwd, al is 't ook, dat ieder zijn eigenaardig deel in dezen arbeid heeft. Ook hier is de man meer het hoofd, de vrouw meer het hart. Voor den man meer de zorg, voor de vrouw meer de opvoeding; de man meer besturend met vaste doch niet harde, de vrouw meer leidend, met zachte doch niet slappe hand. Maar gezamenlijk zijn zij de door God gestelde machten, en het is daarom niet slechts hun recht, dat de kinderen hun gehoorzaam zijn en eerbied bewijzen, maar ook hun roeping zich te doen gehoorzamen en eerbiedigen. Daartoe is noodig, dat de ouders zelve aan God gehoorzaam zijn, dat de kinderen worden opgevoed in de vreeze des Heeren, dat er wijze, waar 't noodig is ook strenge tucht zij, dat de roede niet gespaard worde, dat de ouders in 't werk der opvoeding ééne lijn trekken zoodat de zachtheid van den een nooit te hulp moet worden geroepen tegen de hardheid van den ander, en dat beiden zich voortdurend stellen onder de tucht van des Heeren woord en Geest. En dit alles in den geest der liefde, die steeds meer het beeld zij van Gods liefde, die niet verbiedt dan waar 't noodig is, die niet bestraft dan als 't moet, die met en voor en in de kinderen leeft, en voor hen het huis maakt tot zulk een plek, dat met blijdschap aan het hemelsch vaderhuis kan worden gedacht.

Bij de kinderen behoort de liefde zich vooral te bewijzen in gehoorzaamheid en eerbied. Iets waarop in onzen tijd niet genoeg nadruk kan worden gelegd. Zonder aarzeling kan gebrek aan gehoorzaamheid en eerbied een der treurigste verschijnselen van het heden worden genoemd, en nergens komt meer het praktisch ongeloof in uit.

Men bedenke, dat in het 5de gebod geen liefde, als iets

Sluiten