Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selen van één God zijn, en dat in Christus geen dienstbare of vrije is. Beide hebben hunne rechten en hunne plichten. Het voordeeligst zal zijn, dat ieder het meest aan zijn eigen plichten en aan de rechten van den ander denkt. Dan zal het minst over plichtsverzuim of verkorting van rechten worden geklaagd. De vrijen vooral zijn geroepen tot de rechte belangstelling in het tijdelijk en eeuwig welzijn hunner dienstbaren. De dienstbaren tot trouw en onderdanigheid. Van beide vinden we een schoon voorbeeld in den hoofdman van Kapernaüm, en zijn knecht. De vrije verzoeke liever, dan dat hij bevele, en bedenke, dat ook hij zelf een Heer in den hemel heeft. De dienstbare diene niet om menschen te behagen, maar in eenvoudigheid des harten, vreezende God. Aan de eene zijde zij een zedelijk overwicht, dat nooit in machtsmisbruik mag ontaarden, aan de andere zijde onderdanigheid, die geen slaafsche onderworpenheid mag worden. Aan de eene zijde zij vriendelijkheid en welwillendheid, zonder nederbuigend te zijn, aan de andere zijde bescheidenheid en vrijmoedigheid zonder vrijpostigheid. Voor den een staat de gulden regel: noblesse oblige, voor den ander het woord van den Heiland: die onder u groot wil zijn zij aller dienaar, en voor beide evenzeer: wat gij wilt dat u de menschen doen, doe hun ook alzoo.

§ 24. De maatschappij.

Uit het huisgezin tredende komt de Christen in aanraking met de maatschappij en het maatschappelijk leven in al zijne verscheidenheden. De belangrijkste zaken, die hier ter sprake komen zijn: bedrijf en beroep, gezellig verkeer, standen, socialisme, feminisme.

Onder de maatschappij verstaan wij hier in meer of minder uitgebreiden kring de menschen in hun onderling

Sluiten