Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo goed mogelijk zij. Schamen moeten zich de leegloopers, rijk of arm, die ieder in den weg staan, en de knoeiers, die iedereen tot last zijn, en zij die een hebrijf hebben, waarbij zij moeten leven van de zonde en de schade van anderen.

Elk beroep of bedrijf brengt zijne eigenaardige verzoekingen mede; het eene tot luiheid, het andere tot oneerlijkheid, een derde tot hoogmoed, een vierde tot hardheid. Men houde dit wel in 't oog, en wapene zich er tegen door gebed, en strijde moedig, en onderneme niets, waarover men den zegen des Heeren niet durft vragen.

Gedurige verandering van beroep getuigt van ongestadigheid en loopt op schade uit. In 't algemeen zie men ook in zijn beroep de leiding des Heeren. Vindt men evenwel geen brood, en kan men op eerlijke wijze tot iets anders komen, ook dit mag beschouwd als eene leiding des Heeren, en worde aanvaard, als men 't met Hem kan doen.

Men beschouwe den vakgenoot eer als medegenoot dan als concurrent, en concurreere alleen met strikt eerlijke middelen en door degelijkheid van arbeid, en gunne niet alleen zich zeiven maar ook zijn buurman het „dagelijksch brood."

De handelsstand vinde hier nog eene afzonderlijke vermelding, wegens de groote verzoeking tot oneerlijkheid, en het zoo algemeen gevoelen, dat deze in den handel er op door kan. Men bedriege zich niet. Er is in den handel, vooral in den groothandel, een ontzaglijk groot gevaar om voor alle andere belangen blind te worden. Gelukkig ontbreekt het niet aan dezulken, die een ruim hart, een helderen blik en een nauw geweten hebben, en ook hier eene eer van Christus zijn.

In hoever ook het fabriceeren en verkoopen van sterken drank tot de bedrijven behoort, waarover men vrijmoedig Gods zegen kan vragen, moge ieder, die er in betrokken

Sluiten