Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw zeer veel is, dat om verbetering roept en anders moest. Men kan zich van een boek als van „Hilda" niet afwenden, met groote woorden als: dwaasheid, lichtzinnigheid, aanmatiging of onzedelijkheid, zonder daarbij ook nog iets anders te gevoelen. Veel, van wat het feminisme ons toeroept, behoort vooral door de mannen ter harte te worden genomen, en alles behooren zij te doen, wat strekken kan om het pad der vrouw, die het meest de lijdende is, zooveel het kan effen en zonnig te maken, en om al de rijke en aantrekkelijke gaven die God haar geschonken heeft, tot ontwikkeling te doen komen. Ridderlijkheid in den volsten en nobelsten zin van het woord moet eene meer algemeene deugd worden, geen laffe vleierij, evenmin als ruwheid. Eere aan de vrouw, die van oneindig meer beteekenis is, dan waarvan zelfs het feminisme droomt.

Zoolang evenwel het feminisme als beweging en bij monde zijner voornaamste woordvoerders(sters) te weinig met het Evangelie rekent als de alles vernieuwende macht, en zoolang het weigert te erkennen de onderscheidene plaats, die krachtens roeping en aanleg nevens den man aan de vrouw is aangewezen, en dat reinheid en een zachtmoedige en stille geest de schoonste sieraden der vrouw zijn, zoolang zal het zijn doel niet bereiken, en aan de vrouw meer kwaad dan goed doen. Want in plaats van haar lot te verbeteren zal het haar veleer uit hare wereld rukken, waarin zij alleen recht gelukkig zijn en hare bestemming bereiken kan.

§ 25. De Staat.

De staat is de geordende maatschappij. Daar de Christen evenzeer burger van den staat als lid der maatschappij is, is ook de staat voor hem eene oefenplaats en werkplaats, en heeft

Sluiten