Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den weg des heils door onderwijs in de jonge harten worden ingeprent.

In geheel anderen, maar ook in hoogeren zin mag ook van de kerk worden gezegd: Zij is Gods dienaresse en draagt het zwaard (des woords) en ook den sleutel (der tucht) niet te vergeefs. Aan haar is het, dit op de rechte wijze te doen, aan ons haar als zoodanig te eeren, en de verootmoediging der tucht tot onze eigene heiliging te aanvaarden, gedachtig aan het woord: „die de tucht verwerpt versmaadt zijne ziel, maar die de bestraffing hoort krijgt verstand, Spr. 15 : 32.

d. Inzonderheid behoort tot onze roeping het naarstig deelnemen aan de samenkomsten der gemeente. Wij hebben dit te doen om des Heeren wil, om den wil der gemeente, en om den wil van ons zelve.

Het gemeenschappelijk aanroepen van den naam des Heeren, een zeer wezenlijk deel van de samenkomsten der gemeente, is niet de eenige, maar toch eene der voornaamste wijzen, waarop den Heer eer wordt toegebracht. Zeker, het kan een bloote vorm zijn, en het komt er allereerst op aan in de binnenkamer te gaan en de deur te sluiten als wij den Heer zoeken, niet alleen in ons gebed, maar ook in onze dankzegging. Maar naarmate dit meer in waarheid wordt gedaan, wordt het ook meer behoefte den beker der verlossing op te nemen en den Heer te danken in zijne voorhoven, in 't midden van Jeruzalem, Ps, 116:19. De gemeenschappelijke Godsvereering is een openbaar getuigenis voor de wereld: „Deze God is onze God." Niet in dien zin alsof de Heer het noodig zou hebben, maar uit drang des harten, die er reeds in Enos' dagen toe bracht den naam des Heeren aan te roepen, Gen. 4: 26, gelijk het eens in den hemel zal worden gedaan.

Het is ook onze roeping om den wil der gemeente. Waar

Sluiten