Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet het woord waanwijs beoordeelen, maar het met zachtmoedigheid ontvangen, is onze roeping. En het verlangen zij niet allereerst wat nieuws te hooren, nog minder in eigen meeningen versterkt te worden, maar over de oude waarheid nieuw licht te ontvangen, en bij d^t licht voort te gaan totdat het volmaakte zal gekomen zijn.

§ 27. Het koninkrijk Gods.

De levenskring, waarop alles uitloopt, waaraan alle kringen dienstbaar zijn, en waardoor zij ten slotte allen worden ingesloten, is het koninkrijk Gods. Dit is het einddoel van al Gods werken, het einddoel met de menschheid als geheel, gelijk volmaaktheid het einddoel met den enkelen mensch is. Dat koninkrijk zal dan gekomen zijn, als de zonde is te niet gedaan en Gods wil op aarde geschiedt, gelijk in den hemel.

In een anderen zin is dit koninkrijk op aarde geweest van den beginne. Het omvat allen, die den Heer vreezen en liefhebben. Het is hier vooral de roeping van den Christen, de werkelijkheid van dit koninkrijk vast te houden, aan zijne uitbreiding mede te werken en op zijne voltooiing te hopen.

Het Koninkrijk Gods is in deze bedeeling, waarin wij door 't geloof hebben te leven, niet een zichtbare kring. Het komt niet met uiterlijk gelaat, Luc. 17 : 20, maar is binnen in ons; alzoo allereerst een toestand, en wel van rechtvaardigheid, vrede, blijdschap, Rom. 14:17- Maar een toestand, die daarom niet minder werkelijkheid is. Er

zijn ten allen tijde geweest, en er zijn nog, die het Koninkrijk

Gods binnen in zich hebben, die naar gerechtigheid jagen, en vrede en blijdschap hebben, omdat God weer als wettig Koning wordt geëerd, en voor zoover dit geschiedt, de dingen weder op hun rechte plaats, de verhoudingen weder recht geworden zijn. Eerst wanneer de laatste tegenstand tegen

Sluiten