Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleidend Woord.

Mijn vriend J. W. Berkelbach van den Sprenkel achtte liet gewenscht, Bettex'; „Das Lied der Schöpfung" onder het bereik van meerdere landgenooten te brengen. Daarom vertaalde hij het in liet Hollandsch. Ik vind zijn arbeid even goed als zijn doel schoon. Want de lectuur van zulk een boek ontlokt aan het hart weer eens een krachtig „Eere zij God" en stemt den toon van ons leven hooger. Ten minste, zoo ging het mij. Soms hoorde ik wel meer den dichter dan den man van wetenschap, wanneer de schrijver mij medesleepte door zijne verbijsterende paralellen tusschen de geestelijke en de stoffelijke wereld, zijne vermetele grepen in de mysteriën der oer-aarde, zijne wondervolle tochten naar de hoogte der bergen en de diepte der zeeën, om mij te overtuigen van de waarheid: dat alles is van God. Maar telkens als ik het boek ter zijde legde, vragend, twijfelmoedig, soms zelfs ietwat wrevelig om den beslisten toon, waarop over dubia als over werkelijkheid wordt gesproken, gevoelde ik mij toch geestelijk verkwikt, ja geneigd „het Lied der Schepping" mede te zingen. Na die ervaring b eveel ik dit boek zéér ter lezing aan. Ik lieb er veel uit geleerd, 't Was mij soms als ademde ik in een geheel nieuwe wereld. Mijn geloof in den Schepper aller dingen is er vaster door geworden. De aarde lijkt mij een grooter wonder en sterker dan ooit besef ik, dat de verklaring daarvan schuilt in het majestueuse Bijbelwoord: „Bereschith bara Eloliim . In den beginne schiep God.

J. Th. DE VISSER.

Sluiten