Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbaart hem den naam Gods, en roept hem tot een taak zoo machtig als misschien nooit een sterveling ten deel viel. God gaf hem een drievoudige taak. Een volk moet, om een natie te kunnen zijn, een godsdienst, een wet, en een geschiedenis hebben. God gaf door Mozes deze drie aan Israël.

De bijbel is overlevering noch sage, mythe noch letterkunde van een volk, dat verdween, hij is openbaring. Een man, die als Mozes, met God sprak van aangezicht tot aangezicht, vertelt geen oude sagen over de schepping. Hij zat aan de bron en behoefde slechts te vragen. Waarom zou hij niet gevraagd hebben? Zou God, die het woord van Mozes, aan zijn volk eïl aan de Christenheid voor vele eeuwen geven wilde, hem niet onderwezen hebben? God deed zijn profeten en apostelen zooveel aanschouwen, van wat zij moesten prediken, opdat zij zouden kunnen zeggen: „Wat onze oogen gezien hebben, dat verkondigen wij u". Wat ligt meer voor de hand, dan dat Hij in de tweemaal veertig dagen, waarin Mozes bij Hem vertoefde op den Sinaï, en geen brood at noch water dronk, hem niet alleen de wet gaf en het voorbeeld van den tabernakel — maar hem ook in goddelijke visioenen het ontstaan der wereld en der menschheid toonde, evenals haar toekomst. Klinkt dat niet door in zijn profetisch lied, dat de gezaligden zingen in den hemel (Openb. 15 : 3). Het eerste hoofdstuk van Genesis klinkt als een bericht van wat aanschouwd is geworden, weergegeven in enkele machtige, monumentale, bijkans afgebroken woorden.

Sluiten