Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem. „In Hem leven wij; bewegen wij ons en zijn wij." Dan ben ik dien God absoluten dank verschuldigd — want wat ik ben, heb, weet en vermag is het Zijne — absoluut gehoorzaam moet ik Hem zijn — want heeft Hij niet macht met het Zijne te doen wat Hij wil? absoluten eerbied mag Hij eischen, want dan moet ik dien goeden God liefhebben, dien heiligen God vreezen, dezen wijzen God bewonderen.

In den beginne schiep God. Daarmede is dan vastgesteld, dat het goddelijk scheppen in en door middel van den tijd geschiedt. In den beginne schiep God de hemelen. Dus ook de hemelsche wereld, de Engelen hebben een begin, leven in den hemelschen tijd, leven in den hemel der hemelen „een leven der Aeonen" zooals de bijbel kernachtig het eeuwige leven noemt. Zij zijn dus geen abstracte wezens buiten ruimte en tijd. Door 't feit dat God den tijd denkt en vaststelt, voordat Hij schept, is de wet des tijds voor de schepping voor altijd uitgesproken. God is tijd-loos; Hij heeft geen begin. Al het geschapene echter bestaat in en door den tijd. Wat een begin heeft, zooals deze schepping en de mensch, zal eeuwig op dezen wortel des tijds groeien en kan aan dit beginsel niet ontkomen. Dit begin is de Een, waaruit zich het getal, en tegelijkertijd, de tijd eindeloos en altijd grooter ontrolt. Zoo min wij een eind kunnen vinden voor het getal, evenmin voor den tijd; tenzij dan dat God eens zijne schepping weer terug voert in het niet.

Sluiten