Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van groote beteekenis is het verschil, dat de bijbel maakt tusschen „bara", scheppen, en „asah" gereedmaken uit dat wat reeds voorhanden is. Het eerste vers vermeldt een schepping van datgene, wat nog niet geweest was. Van het tweede vers af aan wordt vermeld het gereedmaken van de reeds geschapen aarde en evenzeer de toebereiding uit reeds voorhanden elementen, van de zon b. v. uit lichtende stof. Dit alles geschiedt echter alleen door Gods almacht, en wordt bewerkt door Gods woord. Een machtige bebeschouwing, die geheel in overeenstemming is met wat wij van de natuur weten. Zulk een evolutie, zulk een spreken van den goddelijken Logos, niet een zich ontwikkelen der dingen in haar eigen kracht, leert de bijbel. Hij zegt niet: God schiep het licht, maar : er zij licht; en desgelijks: er zij een uitspansel; dat de wateren vergaderd worden ; dat de aarde voortbrenge ; dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels.

Bij de dieren echter als levende zielen en bij den mensch „schept" God weder iets nieuws. De ziel in het dier, en de geest, deze goddelijke adem in den mensch is niet bloot iets, dat toebereid wordt, het is een schepping. „God maakte den mensch. Hij bereidde hem toe uit het stof der aarde". Wat het lichaam aangaat is hij een hoogere ontwikkeling der beginselen, reeds bij plant en dier geopenbaard. Als drieheid en evenbeeld Gods echter schiep God den mensch naar Zijn beeld. Zoo is het heelal allereerst het uitspreken van iets absoluut nieuws door den eeuwigen Logos; daarna een ontwikkeling en ontplooiing van deze

Sluiten