Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten als den geest; want Hij is één eenig God. Zooals het stoffelijk licht ons de kennis der wereld mogelijk maakt en dus ook een geestelijk licht is, terwijl de nacht daarentegen geestelijke donkerheid is, gelijk stoffelijke en geestelijke warmte beide een uitzetting van de lichamen en van den geest tengevolge hebben, koude daarentegen een inkrimping, zoo bestaat er ook een zwaarmoedigheid des geestes, die omlaag trekt, een donker zijn of donker worden van het licht, van het water, van de zielen, van lichaams- en geestesoog, in één woord: een physica des geestes. Zoo trekken alle lichamen en alle geesten elkander aan. Zij trekken elkander aan naar evenredigheid van hun volumen. Zij trekken elkander aan in omgekeerde verhouding tot hun afstand, die evengoed stoffelijk als geestelijk kan zijn. Botsen twee lichamen of twee geesten tegen elkander, dan kaatsen zij terug, en dan staat de afstand, waarop zij van elkander verwijderd raken, in verhouding tot de kracht van den stoot d. w. z. tot het volumen der lichamen, die botsen. ArV anneer harde lichamen of geesten in botsing komen met minder harde, dan zullen de laatste, wanneer zij bros zijn breken, wanneer zij zacht zijn hun vorm verliezen, enz.

Er bestaat eveneens een scheikunde der ziel. Reeds de taal doet dat zien. Zij spreekt immers ook bij de zielen van zuren en zouten : „hebt zout in uzelven" ; van verbinding en natuurlijke verwantschap, van doorvloeing (Hebr. 2 : 1) en oplossing. Dat bij den geest, zooals bij het lichaam, de warmte gunstig inwerkt op elke chemische werking, de koude daarentegen die

Sluiten