Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeniggeboren Zoon en aan Hem gelijk, dan zal ik met Hem den Vader kunnen aanschouwen. „En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, dan zal ik uit mijn vleesch God aanschouwen; denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn oogen zien zullen, en niet een vreemde". (Job 19: 26, 27). Ja, deze heilige God, wiens naam ik slechts met schroom op de lippen neem, is naar Zijn wezen, dat Hij had, eer hij de wereld schiep, volkomen onbegrijpelijk vooral het geschapene. Maar door zijn woord en geest weet ik ook, dat toen het dezen God behaagde Schepper te worden, toen op Zijn woord het zichtbare ontstond,, en Hij het licht en deze schepping zag, het Hem behaagde zich aan haar als haar formeerder te openbaren. Evenals Hij alle dingen voor zichzelven schiep, en Hij het menschenhart formeerde, opdat het Hem boven alle dingen en boven alle schepselen zou liefhebben, heeft Hij het oog geschapen, niet zoozeer, opdat het de schepping die ons omringt zou leeren kennen en bewonderen, maar veeleer opdat het Hemzelf zou bewonderen, het wonder aller wonderen, den duizendmaal wonderbaarder oorsprong dezer schepping. Het oor, dat Hij plantte, is ons gegeven, niet slechts om het gezang der Engelen te hooren, maar veel meer Hem zelf en Zijn zeven donderslagen, wanneer deze met woorden, die thans nog niet uitgesproken kunnen worden ons het groote mysterie van het zijn en de eeuwige raadsbesluiten zullen doen hooren in wondervolle harmoniën en goddelijke toonen. Dan eerst zal het oog verzadigd worden van zien en het oor van

Sluiten