Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezalfde! aan alle despoten in den hemel en opk aarde! Wel mag de bijbel spreken van een mysterie der boosheid. Maar, „die in den hemel woont zal lachen, de Heere zal hen bespotten!"

Het feit, dat Satan God zijn wil en dat dit zijn val is, laat iets doorschemeren van de vertwijfeling, die hem verteert. Is reeds op aarde het willen en niet kunnen een kwelling, hoe verteerend moet dan niet de kwelling van Satan zijn. Hij begeert met onbeteugelde hartstocht een God te zijn en is zich daarbij bewust, dat zijn pogen zonder gevolg zal blijven; hij ziet vooruit de onvermijdelijke, vernietigende, eeuwige nederlaag — de volkomene, onafwendbare overwinning van den goddelijken vijand, dien hij haat met zijn gansche hart, met zijn gansche ziel, met al zijn krachten.

Satans schepping is de hel. Haar wortel is niet de smart maar de nijd; niet de kwelling maar de haat, de opstand tegen God als het eenige en eeuwige goede. De smart der hel is de eeuwigdurende vrucht de steeds opborrelende stroom van vuur, waardoor de ziel in het opgestane lichaam vol vertwijfeling waadt. Het kwade brengt steeds uit zichzelf de hel voort, zooals de giftige slang uit zichzelf een verpestende atmosfeer uitstroomt. Het verlangen der gezaligden naar altijd hoogere hemelen, zal een eeuwige verhooging doen ontstaan. Maar evenzoo het verlangen der verlorenen naar altijd diepere helleschachten, niet anders dan het ontvlieden van den onverdragelijken aanblik der goddelijke majesteit, een eeuwig dieper worden der hel.

Sluiten