Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld. En zoo lezen wij niet zonder ontzetting in het tweede vers van Genesis 1. De aarde was een chaos, thohu va bohu, en de „diepte", eigenlijk „de ruischende, bruisende, diepe wateren , gehuld in duis ternis. Wat denken zich vele Christenen bij zulke woorden? Niets. Ja er zijn er, die zoo ver gaan te beweren, dat het niet strookt met de eenvoudigheid die in 't geloof is, en niet past voor een kind Gods zich daarbij iets voor te stellen ! Alsof er niet geschreven stond: „de Geest onderzoekt alle dingen,

ook de diepten Gods."

Zou een God, en Vader des lichts, in Wien geen verandering is van licht tot duisternis, oorspronkelijk een chaos geschapen hebben, in nacht en verschrikking gehuld, en zouden bij den aanblik daarvan de morgensterren Hem geprezen, en Zijn zonen een lied Hem ter eere hebben gezongen? Zekerlijk niet. Neen, de aarde, die hier (Gen. 1 : 2) beschreven wordt is zooals St. Martin zegt: „een slagveld na den slag." Satan, die reeds toen „de God dezer wereld" was, had haar na zijn val met donkerheid omringd. Reeds de Perzen leerden: Ahriman veroorzaakte het eerst de duisternis in het rijk des lichts. De oude draak, de slang was reeds op aarde; hoe zou zij anders in het paradijs zijn binnengedrongen? Niet onverschillig, niet zonder hun woord te willen meespreken stonden de machten der duisternisi bij _ dit werk, neen, in de helleschachten heerschte verbittering, nijd en haat over deze nieuwe verheerlijking Gods, over deze poging om hen dit stuk van hun rijk te

Sluiten